Rekenkamer-rapport steun in de rug voor buitenlandse zonnestroom

Op 1 mei 2015 plaatste Financieel Dagblad in ingezonden brief van de directeur van de Stichting GEZEN met de volgende inhoud.

Rekenkamer en Ricardo

De Algemene Rekenkamer (ARK) constateert dat de doelen van het Energieakkoord, 14% duurzame energie in 2020 en 16% in 2023, niet gehaald worden zonder extra investeringen (FD 17 april). Europese regelgeving staat toe om dergelijke investeringen in andere lidstaten van de EU te realiseren. De buitenlandse optie blijkt volgens de ARK ook nog eens flink goedkoper te zijn. Een mooie illustratie van de economische wet van David Ricardo: produceer op de locatie waar de opbrengst het hoogst is en pas handel toe om de welvaart van de gehele wereld te verhogen. De ARK noemt echter ook een nadeel van investeringen in andere landen, namelijk dat het nuttige effect hiervan voor de Nederlandse werkgelegenheid en technologische kennis geringer zou zijn. Dit argument geldt niet voor grootschalige zonne-energie. Een Nederlandse producent van energietechnologie werd door Amerikaanse wetgeving verhinderd om een zonnespiegelcentrale in de VS te bouwen. Het voorstel van de ARK verhoogt de kans om dit alsnog in Spanje of Griekenland te gaan doen.

Dr. Evert du Marchie van Voorthuysen, Stichting Gezen, Groningen.

GEZEN op de aandeelhoudersvergadering van Shell.

GEZEN was aanwezig op de aandeelhoudersvergadering van Royal Dutch Shell in Den Haag op 19 mei 2015, dankzij de aankoop van een aandeel door mijzelf via de vereniging Follow This, zie www.follow-this.org , geleid door energie journalist Mark van Baal. Voor een video van de bijdrage van Mark van Baal op de aandeelhoudersvergadering en de reactie van de kant van Shell  zie http://t.co/DhBmlHVF8c.

 

Voordat Mark van Baal aan het woord kwam had ik zelf de volgende vraag gesteld:

“My name is Evert van Voorthuysen from GEZEN Foundation for Massive-Scale Solar Energy.

To my opinion we all can be quite confinent that the world will keep on  consuming  liquid fuels in the centuries to come. We don’t need to worry about the value of our product.

But instead, we need to worry about the way we produce our product.  We need to worry about the availability of the raw material we use: petroleum and natural gas. Sooner or later we have to switch  from raw materials that have a fossil origin to raw materials that are renewable.

The energy content of solar radiation in the deserts is equal to a rain of oil of 25 cm per year.

That is one third of the amount of rain here in Holland!

Technically it is possible to convert solar energy into liquid fuels, Shell is participating in the European subsidised Solar-Jet project:

Water + CO2 from the air + concentrated solar heat becomes kerozine.

My question is as follows: at the moment you invest tremendous amounts of money in exploration and only a little on renewable raw materials.

However, the day will come that Shell will invest more in renewable assets, like solar fuel factories in the deserts, than in fossil assets like new petroleum fields.

Will this switch happen in 2020, 2030, which year do you have in mind?”

Het antwoord van Shell CEO Ben van Beurden was geheel in lijn met het antwoord op de vragen van Mark van Baal, zie de video, en verliep als volgt:

“Uiteindelijk zal zonne-energie het gaan winnen, maar dat duurt lang, tweede helft van de 21e eeuw. Pas na 2050 zullen de hernieuwbare energiebronnen dominant worden. Het dreigement dat bewezen voorraden fossiele brandstoffen niet meer gebruikt mogen worden wegens een wereldwijd klimaatverdrag (“stranded assets” en “carbon bubble”) is voor Shell niet relevant, want Shell verbruikt geen kolen, maar alleen koolstof-arme fossiele brandstoffen zoals aardgas en aardolie.”

Mijn conclusie is dat Shell zich nog steeds niet realiseert dat zijn bedrijfsmodel gevaar loopt en dat in het onderzoek naar zonnebrandstoffen op overheidslaboratoria en bij concurrenten een doorbraak wordt bereikt. Daardoor worden zonnebrandstoffabrieken in de woestijnen rendabel, al dan niet met tijdelijke hulp d.m.v. subsidiëring. Shell, samen met zijn aandeelhouders, die alleen maar geïnteresseerd zijn in het stabiele dividendinkomen, gokt er op dat deze transitie naar duurzaamheid niet op korte of middellange termijn zal plaatsvinden.

Vooraf en na afloop sprak ik, in mijn nette pak, dus vermomd als gewone aandeelhouder, met veel andere gewone aandeelhouders. Er heerste een gezellige ons-kent-ons sfeer, voor veel kleine beleggers is deelname aan de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering een gezellig uitje. Zij waren het allemaal volkomen eens met de huidige koers van het bedrijf.

John Ashton spreekt Shell CEO Ben van Beurden kritisch toe

Op 13 maart 2015 werd in Parijs het 4e Europees Energie Forum gehouden, georganiseerd door het Conceil Francais de l’Energie, met als titel“Op weg naar COP21: Efficiënt optreden tegen Klimaatverandering”.

John Ashton, hoofd van de Britse delegatie op een groot aantal internationale klimaatconferenties, sprak op deze conferentie de olieindustrie kritisch toe, in de vorm van een directe rede gericht aan bestuursvoorzitter Ben van Beurden van Royal Dutch Shell.

 

Vertaling: James Kuipers

 

Geachte heer Van Beurden

1. Een maand geleden, tijdens het IP Week diner in Londen, riep u uw collega-bestuurders op om, zoals u het in de titel omschreef, “Minder Afstandelijk, Assertiever” te zijn ten aanzien van klimaatverandering.

2. Gegeven uw vooraanstaande rol als CEO van Shell en de wederopleving van belangstelling voor het klimaat, heeft uw rede terecht discussie uitgelokt. Wellicht zou ik enkele bespiegelingen uiteen kunnen zetten die al lezend bij mij opkwamen.

3. Ik voel mij bevoorrecht dat ik dat mag doen vanaf dit platform. Ik hoop dat de CFE familie, en Jean Eudes [Moncomble, CFE Algemeen Secretaris] dit zullen zien als een passende waardering voor hun uitnodiging. Uw rede, mijnheer Van Beurden, was tenslotte een oproep aan uw bedrijfstak, die vandaag hier sterk vertegenwoordigd is. Het merendeel van wat ik vandaag ga zeggen is ver buiten Shell van toepassing.

4. De titel van uw rede is intrigerend. Ik ben twintig jaar bij dit debat betrokken, waarvan zes jaar als diplomatiek afgevaardigde van het VK met betrekking tot klimaatverandering. Gedurende die periode zijn veel adjectieven voor uw bedrijfstak gebruikt – niet altijd billijk. Maar niemand heeft u er ooit van beschuldigd afstandelijk te zijn.

5. Ja, er waren schellere stemmen bij. U heeft in afgemeten bewoordingen gesproken, proza, geen poëzie, met het rustige zelfvertrouwen van mensen die weten dat ze nooit hoeven te schreeuwen om gehoord te worden. En u koos er soms voor om zich achter gesloten deuren of via anderen te uiten, in plaats van in het openbaar.

6. U heeft ontegenzeggelijk belang bij de keuzes die de samenleving maakt met betrekking tot klimaatverandering. Maar u bent onoprecht geweest bij het bevorderen van dat belang, zoals u dat beschouwt. Van meet af aan is niemand minder afstandelijk, assertiever, en invloedrijker geweest dan de olie- en gasindustrie.

7. Dat een leider in die bedrijfstak nu zijn bezorgdheid uitspreekt dat die niet dicht genoeg bij het klimaatdebat zit klinkt enigszins, als ik zo vrij mag zijn, als een vis die klaagt dat de oceaan waar hij in zwemt niet nat genoeg is.

8. De samenvatting die de gepubliceerde tekst van uw rede vergezelt, valt ook op.

9. Hij verwacht een “energietransitie”. Maar hij voorziet geen “lange termijn” veranderingen in de sturende vraag naar en aanbod van olie. En hij dringt er bij de bedrijfstak op aan om “haar stem te laten klinken” bij de COP21 klimaatconferentie. Dit zou “realiteitszin en praktische uitvoerbaarheid” inbrengen in een discussie die deze attributen impliciet zou ontberen.

10. Met andere woorden, de naderende energietransitie wordt een ongebruikelijke soort transitie. Hij zal geen structurele gevolgen hebben voor het energiesysteem op zich, of op z’n minst voor de markten waar uw zakelijk model van afhankelijk is.

11. Maar uw samenvatting suggereert dat dit toekomstperspectief bedreigd wordt. De onrealistische en onpraktische stemmen die heden ten dage het klimaatdebat domineren, willen COP21 gebruiken om een dreigender soort transitie te ontketenen. Om dit te voorkomen, moet de bedrijfstak haar gebruikelijke terughoudendheid laten varen en haar stem verheffen.

12. Engagement, met afstandelijke begoocheling. Verbintenis aan een transitie die eindigt waar hij begon. Die cognitieve dissonantie suggereert, nog voordat wij in de tekst duiken, dat uw rede wellicht meer zegt over de geestestoestand van uw bedrijfstak dan de externe factoren die voor u aanleiding waren om uw stem te verheffen.

13. Degenen onder u die hun levens en loopbanen aan uw bedrijfstak hebben gewijd, moeten af en toe het gevoel hebben dat uw deugden niet erkend worden terwijl de zonden van de wereld voor uw voordeur worden opgehoopt.

14. Het verhaal van de beschaving is een energieverhaal. Niemand heeft het beter verwoord dan uw collega Frank Niele in zijn klassieke boek over energie, dat meer bekendheid verdient.

15. Het meest beklemmende hoofdstuk van het energie verhaal bestrijkt de laatste 150 jaren. Dat is uw verhaal, het verhaal van olie en gas. Zoals bij elk menselijk streven zijn er episodes geweest van broosheid, omkoopbaarheid en overmoed. Maar zo zijn er ook epische, zelfs heroïsche daden geweest.

16. U heeft olie en gas in onverwachte overvloed aan de grond onder de bodem en de zee ontrukt, vaak onder technisch uitdagende en fysiek gevaarlijke omstandigheden, er steeds in slagend om aan de eisen van naar energie hongerende samenlevingen te voldoen.

17. Het zou niet anders dan menselijk zijn als het af en toe in u op zou komen dat zonder u, de welvaart waar miljarden van genieten en miljarden anderen naar verlangen niet zou bestaan. Mensen zouden kortere, moeizamere levens hebben, blootgesteld aan meer gevaren, gevangen binnen nauwere beperkingen van hun belevingen, kansen en voorstellingsvermogen.

18. En terwijl uw bedrijfstak naar volwassenheid is gegroeid, heeft het krachtige waarden gesmeed, nergens sterker dan bij Shell zelf.

19. U bent geworteld in de realiteit. Met zo veel natuurkundigen en ingenieurs kon dat ook haast niet anders. Terwijl ons politieke discours al verder wegzonk in een miasma van dogma, kunstgrepen, spektakel en media bespelerij, hield u zoveel mogelijk uw voeten aan de grond. Dat is beslist een deugd.

20. Niemand moet denken dat u woorden als “realisme” en “praktische uitvoerbaarheid” achteloos uitspreekt.

21. U bent nimmer teruggedeinsd voor de toekomst. U heeft er naar gestreefd om haar puzzels op te lossen en haar naar uw hand te zetten.

22. Ik ben een verlopen diplomaat (en een verlopen natuurkundige). Al vroeg in mijn loopbaan werden de Shell Scenario’s door het ministerie van buitenlandse zaken van het Verenigd Koninkrijk beschouwd als het toppunt in hun soort, en hun toenmalige impresario, Ged Davis, als een hedendaagse Merlijn.

23. Later liep u ver voor regeringen uit door de noodklok te luiden betreffende de gevaarlijke verknoping van wereldwijde risico’s die voedselonzekerheid, wateronzekerheid en energieonzekerheid aan elkaar verbinden.

24. Bij Shell begreep u snel het toenemende belang van steden, en de groeiende klasse welvarend geworden burgers, als een wereldwijd vormende kracht. Dit is tegenwoordig orthodoxie. Maar Dave Sands en zijn team bij Shell hadden dat meer dan tien jaar geleden al door.

25. Eén instinct, sterker zelfs dan de druk van de realiteit en van de toekomst, heeft voor lange tijd uw bedrijfstak gekenmerkt.

26. In de politiek is de eerste reactie op een nieuwe uitdaging het negeren ervan, en hopen dat het vanzelf verdwijnt. Er zijn al genoeg problemen.

27. Als het niet wil verdwijnen is de tweede reactie vertragen. Als je het door kunt schuiven naar morgen, kan het misschien alsnog verdwijnen, en in de politiek komt morgen toch al nooit.

28. In het gunstigste geval vermijd of vertraag je het niet. Je zoekt een antwoord dat van een uitdaging een kans maakt.

29. Boren onder extreme omstandigheden; gas omzetten in vloeistoffen voor wereldwijde verzendingen; koolstofdioxide invangen en in de bodem stoppen – telkens wanneer u op een grens stuitte, met name een technische grens, was uw aandrang om het te doorbreken. U legt zich met tegenzin neer bij de beperkingen die de wetten van de thermodynamica u opleggen. Maar binnen die beperkingen schrok geen uitdaging u tot nog toe af.

30. Nu wordt er van u verlangd dat u uw bijdrage levert aan het antwoord op klimaatverandering, de grootste uitdaging waarmee uw bedrijfstak ooit geconfronteerd is.

31. U zou zeker redelijkerwijs mogen vinden dat u daartegenover erkenning verdient voor uw rol bij het binnen handbereik brengen van de vruchten van de moderniteit. Die vruchten blijken niet zo zoet te zijn als ze eerst leken. Maar wij waren degenen die er om vroegen. Nooit hoefde u ze aan ons op te dringen.

32. Het ligt echt niet aan u dat klimaatverandering een lastig probleem is. Uw bedrijfstak is weliswaar tot op zekere hoogte verantwoordelijk voor ons onvermogen om het aan te pakken, maar dat is evenmin uitsluitend uw schuld.

33. Maar de keuzes van de CEO’s van uw generatie zullen bepalend zijn, niet alleen voor u als bedrijven maar voor het eventuele slagen of mislukken van ons antwoord op klimaatverandering.

34. Om die reden zult u onverbiddelijk gedwongen worden om rekenschap te geven voor die keuzes; en daarom zouden uw uitspraken van een maand geleden forensisch onderzocht moeten worden.

35. Elke rede vertelt een verhaal. En onder het bovenliggende verhaal is er altijd een ander, meer subtiel verteld verhaal, over de drijfveren, verlangens en angsten die het eerste bezielen.

36. Alleen wanneer elk verhaal met het andere spoort; en alleen wanneer elk verhaal gedragen wordt door een beleving van de wereld die voor spreker en toehoorders overeenkomt; slechts dan zal de rede echt gehoord worden.

37. Niet één verhaal maar drie. Het verhaal van het masker dat u draagt, het verhaal van het gezicht erachter, het verhaal van de wereld.

38. Het verhaal van uw masker was een maand geleden helder.

39. U aanvaardt de “morele verplichting” om op klimaatverandering te reageren, ook voor uw bedrijfstak. COP21 zal cruciaal zijn. De inzet hier in Parijs zal hoog zijn.

40. Maar ondertussen marcheert de ontwikkeling voort. Terwijl wij grote stappen maken verbindt een gouden draad van groei de omvang van de economie, de vraag naar energie, en de vraag naar olie en gas. Dit zou eeuwig door moeten gaan. Uw bedrijfstak zal “een bedrijfstak die waarlijk economieën aandrijft” blijven, terwijl “de vraag van de wereld naar energie het gebruik van fossiele brandstoffen nog tientallen jaren zal schragen”.

41. U schijnt klimaatverandering niet te zien als een bedreiging voor die mars. Wel bent u bang dat wij mogelijk overijverig kunnen zijn. Overmatige bezorgheid voor het klimaat zou ons er toe kunnen brengen om de gouden draad te breken door het inperken van de verbranding van uw produkten.

42. Ook dit is een morele kwestie. Zoals u het ziet is het in strijd met de vraag die klimaatverandering zelf opwerpt. Hoe, vraagt u, kunnen wij “één morele verplichting, toegang tot energie ….. afwegen tegen de andere: klimaatverandering tegengaan”.

43. Uw respons is dat wij ons minder intensief met het klimaat bezig moeten houden. We kunnen een transitie hebben maar het kan niet transformeren. Het doel, in willekeurig welk tijdsbestek van betekenis dan ook, moet niet een koolstofneutraal of zelfs laag koolstof energiesysteem zijn.

44. In plaats daarvan moeten wij genoegen nemen met “lager-koolstof”, wat dat ook moge betekenen, waardoor wij ons de ‘hogere energie” kunnen veroorloven die “het verschil maakt tussen armoede en welvaart”.

45. En zo voert het verhaal van uw masker onafwendbaar tot de conclusie dat er uiteindelijk niet gekozen hoeft te worden. Er is maar één moreel en economisch beschikbare aanpak. Die transformeert niet. Hij verloopt in heel kleine stappen.

46. En wat fossiele brandstoffen betreft, “In plaats van ze te uit te bannen moet de focus gericht blijven op het verlagen van hun ….. emissies”.

47. U sluit steenkool, het produkt van een concurrerende industrie, onmiddellijk zonder enige gewetenswroeging uit van dit streven. Maar dat dient om de overgang naar gas mogelijk te maken, niet een snellere ontplooiing van hernieuwbare energie (wat investeringen in gas zou ontmoedigen); laat staan energie efficiëntie, wat u nergens noemt.

48. U dringt aan op de toepassing van koolstof opvang en opslag (CCS), waarvan Shell inderdaad een pionier is geweest. Maar u geeft niet aan hoe het belangrijkste obstakel, de extra kosten die ermee gepaard gaan, kan worden overwonnen.

49. Er is geen technische reden waarom tientallen grote CCS installaties niet nu al in Europa zouden draaien. Ik heb mee onderhandeld over de totstandkoming van het New Entrant Reserve financieringsmechanisme in 2008, waarbij ik met vele anderen heb samengewerkt waaronder uw collega Graeme Sweeny. We meenden destijds een doorbraak op het gebied van financiering tot stand te hebben gebracht.

50. In plaats daarvan: nog steeds geen installaties. Uw Peterhead project zou het eerste kunnen zijn. Maar zonder overeenkomst met betrekking tot de verdeling van de bijkomende kosten tussen belastingbetalers, consumenten en aandeelhouders, blijft grootschalige CCS een luchtkasteel.

51. U roept om “een goed opgezet systeem voor vaststelling van de prijs van koolstof”. De zwakke uitvoering van het Europese Emissie Verhandelings Systeem daargelaten, kan een koolstofprijs hooguit veranderingen in de marge tot stand brengen. En het zal dat in de werkelijkheid, met alle onzekerheden omtrent prijs bij levering en tegenstrijdige prijssignalen, minder goed doen dan in een zich fatsoenlijk gedragend model.

52. Afgezien van diegenen die in een model leven, begrijpt vrijwel iedereen dat een klimaatrespons die primair op een koolstofprijs berust slechts marginale verandering zal opleveren. In politiek opzicht fungeert het als een rem op ambitie, niet als een stimulans, en met name niet wanneer het vergezeld gaat van een aversie, ook evident in uw rede, tegen harde emissielimieten.

53. Dat is het verhaal van uw masker: een manifest voor een olie en gas status quo, gerechtvaardigd met de niet onderbouwde claim dat de economische en morele prijs van het niet er aan vasthouden groter zou zijn dan het gunstige effect van de vermeden klimaatverandering.

54. Achter het masker is het gezicht. Zijn verhaal is gecodeerd in taal en toon, en het past niet bij het masker.

55. U verwerpt “stereotypes die de voordelen niet zien die onze bedrijfstak de wereld brengt”. Maar u valt zelf vrijelijk terug op stereotypes, om diegenen mee aan te vallen die voor meer ambitie pleiten.

56. U en uw medestanders hebben een monopolie op realiteitszin en uitvoerbaarheid. U bent “evenwichtig” en “goed geïnformeerd”. Uw tegenstanders zijn “naief” en “kortzichtig”.

57. En u beschuldigt hen ervan dat ze “een plotselinge dood” willen van fossiele brandstoffen. Geen enkele zinsnede in uw rede is meer onthullend. Niemand vraagt erom en als dat wel zo was zouden ze hun tijd verspillen. Maar de Freudiaanse heftigheid van uw aanklacht flitst uit de tekst als een bliksemschicht.

58. Bovendien, ook al erkent u dat er twijfels zijn over de geloofwaardigheid van uw bedrijfstak, u pakt ze niet aan. U praat, als het ware, vanuit de hoogte, met gezag en afstandelijkheid, tegen een wereld die als vanzelfsprekend voor anderen er net zo uit moet zien als als voor u. En vanuit die verhevenheid lijkt u ons te willen doen geloven dat het er niet om draait hoe met klimaatverandering om te gaan als wel hoe dat te doen zonder uw bedrijfsmodel aan te tasten.

59. U bent niet objectief, en uw autoriteit is in feite gecompromitteerd door uw evidente behoefte om zich vast te klampen aan dat wat u kent, hoe hoog de prijs voor de gemeenschap ook is.

60. Dat een leider in de olie- en gasindustrie roept om blijvende afhankelijkheid van olie en gas zal voor de meesten klinken als een eenzijdig pleidooi. Als u dat niet erkent zal dat wat u zegt niet echt gehoord worden.

62. Klimaatverandering is een spiegel waarin wij allen het beste en het slechtste van onszelf zien. In die spiegel lijkt u een energiesysteem te zien dat u met zoveel inspanning heeft opgebouwd en zo opwindend vindt dat u de gedachte aan de noodzaak om een ander te bouwen nu niet kunt verdragen.

63. Er zit een vleug narcisme in het verhaal van uw gezicht.

64. De paranoïcus vreest niet bestaande samenzweringen. U vreest een niet bestaande samenzwering die uw plotselinge dood teweeg moet brengen.

65. Er zit een vleug paranoia in het verhaal van uw gezicht.

66. De psychopaat vertoont opgeblazen zelfwaardering, gebrek aan empathie, en een neiging om degenen die hem dwarszitten te pletten.

67. Al deze neigingen komen in uw rede voor. Er zit een vleug psychopathie in het verhaal van uw gezicht.

68. Ik weet zeker dat u zelf niet narcistisch, paranoïde en psychopatisch bent. Maar uw stem maakt deel uit van een collectieve stem, en die attributen kleuren die stem.

69. Het verhaal van het masker en het verhaal van het gezicht achter het masker. Het ene, een toonbeeld van redelijkheid. Het andere in de greep van maar al te menselijke emoties. Ze leven niet in vrede met elkaar. En ook niet met de wereld.

70. Het verhaal van de wereld is zo oud als de oudheid. Het is het verhaal van de boodschap op de wand. De waarschuwing aan de laatste koning van Babylon bij zijn laatste grote feest dat hij gewogen is, zoals in het boek Daniël staat geschreven.

71. De hoog koolstof, roekeloos grondstoffen verkwistende moderniteit die u mede heeft opgebouwd is een nieuw Babylon. Elke hap uit zijn vruchten vergiftigt de boom waarvan wij het plukken. Koning Belsazar van Babylon plunderde gouden bokalen uit de Tempel van Salomo. Wij roven uit een ecologisch structuur die wij niet meer herkennen als onze eerste Tempel. Maar wij sterven lichamelijk en geestelijk als het verbrokkelt.

72. Klimaatverandering is onze boodschap op de wand.

73. Als wij haar ter harte nemen kunnen wij onze Tempel herstellen. Als wij dat niet doen vallen wij ook.

74. U weet dit. Als dat niet zo was, moet uw onderzoek van de nexus u dit duidelijk gemaakt hebben.

75. Regeringen hebben zichzelf verplicht om alles te doen wat nodig is om klimaatverandering tot 2°C te beperken. Ooit hoorde ik hoe een collega van u uit de bedrijfstak dit afwees. Politici, zei hij, hadden dit op cynische wijze beloofd om NGO’s de mond te snoeren. Maar de wil om die verplichting waar te maken ontbrak. Een van uw voorgangers, die aan de tafel zat, maakte geen bezwaar.

76. De 2°C verplichting zal niet verdwijnen. Het zal opnieuw bevestigd worden op COP21, waar deze keer bovendien moet worden verklaard dat dit koolstof neutrale energie tegen het midden van de eeuw betekent. 2°C was niet een terloopse reactie op “impossibilisme” van de burgerlijke gemeenschap. Het was een politieke uitspraak, wetenschappelijk gefundeerd, over de drempel waarvan de overschrijding tot gevolg heeft dat de klimaatonzekerheid onbeheersbaar wordt.

77. De verplichtingen die op COP21 worden overeengekomen zullen misschien ontoereikend zijn voor het halen van de 2°C doelstelling. Maar de krachten die nu aan het werk zijn zullen er onverbiddellijk voor zorgen dat onze ambitie toeneemt en niet ingetoomd wordt.

78. Uw strategie lijkt in te houden dat u probeert om op de oude voet door te gaan tot de deur naar 2°C definitief dichtslaat. Maar regeringen kunnen niet weglopen van hun toezeggingen. Ze zouden uit moeten leggen welke veranderingen dat zou rechtvaardigen. Alles wat we sindsdien te weten zijn gekomen vraagt om meer urgentie, niet minder. De echte bedreiging voor ons aller welvaren schuilt achter te weinig ambitie, niet te veel.

79. Het enige middel waarover we beschikken om keuzes in het algemeen belang te maken is de politiek.

80. Gedurende de periode waarin ik heb geleefd was politiek altijd lineair, en dus voorspelbaar. U bent bedreven in het koersen op lineaire politiek. Ondernemingen werden nog handiger in het sturen van de keuzes van de lineaire politiek voor hun eigen winst en tegen het algemeen belang. Dat is een van de redenen waarom lineaire politiek op z’n laatste benen loopt.

81. Een tijdperk breekt nu aan waarin de politiek niet-lineair is, politiek waarvan de uitkomsten vanuit het oude referentiekader, uw referentiekader, moeilijker te voorspellen zullen zijn. U bent niet bedreven in het koersen op niet-lineaire politiek.

82. Er zit geen gevoel voor politiek in de Shell Scenario’s. Dat deed er niet toe toen de politiek nog lineair was, maar nu doet het er wel toe.

83. Niet-lineaire politiek zal nieuwe geluiden verwelkomen. Steden. Gemeenschappen. Jonge mensen. Vrouwen. Consumenten. Afnemers van politiek zullen vormgevers ervan worden.

84. Hun geluiden zullen werken als een pal en de ambities op klimaatgebied opkrikken.

85. Ondernemingen die blootstaan aan klimaatrisico’s zullen meer ambitie eisen.

86. Ondernemingen die koolstof-neutrale energie leveren zullen meer ambitie eisen.

87. Ondernemingen die niet geketend zijn aan leveringssystemen van fossiele energie zullen uit willen komen aan de winnende kant en zullen meer ambitie verwelkomen.

88. Ondernemingen die voor minder ambitie gaan zullen niet langer kunnen schuilen in een grote tent, niet langer zich voor kunnen doen als deel van de oplossing wanneer hun keuzes daarmee in tegenspraak zijn. Ze zullen nergens kunnen schuilen.

89. De laag-koolstof economie begint vaste vorm te krijgen en het werkt.

90. Duitsland is begonnen met een onomkeerbare herstructurering van een electriciteitssysteem dat grotendeels gevoed zal worden met duurzame energie.

91. U heeft dit verkeerd geïnterpreteerd. U verwijst naar royale subsidies voor duurzame energie in Duitsland. Deze zijn echter de legitieme uitkomst van politieke consensus. U verwijst naar basislast kolen. Maar, wat je niet zou verwachten van een ingenieur, het ontgaat u dat dit voorbijgaande ruis is in een structurele transitie, waarvan het signaal de opkomst van duurzame bronnen is.

92. U ontkent dat u met uw activa zult blijven zitten. Zeker, eersteklas activa zijn goedkoop, en activa waar zwaar in geïnvesteerd is renderen gewoonlijk snel. Maar uw casus gaat er ook van uit dat de 2°C niet gehaald wordt, en van een uitbouwtempo van duurzame bronnen dat al lang door de realiteit achterhaald is.

93. De Bank of England houdt de koolstofbel in de gaten. Screens van Bloomberg bevatten een tool voor de evaluatie van koolstof risico’s. De Divestment beweging mag nog klein zijn maar hij trekt jongeren aan, heeft moreel gezag en kan nu naast een milieuzaak ook een voorzorgzaak aanvoeren.

94. Boodschap aan de wand. Verhaal van de wereld.

95. Een vriend van mij, die hoog steeg in een andere energiebedrijf, vertelde mij over het berouw dat hem overkwam toen hij met pensioen ging, over zijn leven met een leugen over het klimaat.

96. In de VS zitten jonge ondernemingen op het gebied van duurzame energie vol met vluchtelingen uit de fossiele energie.

97. De beste employees van E.On staan in de rij voor een baan in de duurzame tak wanneer die afgescheiden wordt. Weinigen willen tradionele energie blijven maken uit steenkool en gas.

98. Ik vraag me af of mensen bij Shell dezelfde aantrekkingskracht voelen.

99. Ze bevinden zich in een bedrijfstak die klem zit in een drievoudige bankschroef. Beleggers en toezichthouders zullen in toenemende mate de risico’s van onbrandbare steenkool en toekomstige klimaatpolitiek willen ontlopen. Het kost steeds meer om nieuwe bronnen naar de markt te brengen, in dollars en in reputatie. Ongeacht de huidige prijs van olie zal de volatiliteit ervan een steeds grotere gok maken van beleggingen.

100. Is deze bedrijfstak nog net zo inspirerend voor uw jongere collega’s als het was toen u toetrad?

101. Afgezien van de echte psychopaat wil iedereen zich deel voelen van het gemeenschappelijk goed. Uw onderneming zit vol goede mensen. Maar goede mensen kunnen slechte keuzes maken in een institutie die zich vastklampt aan een slecht idee.

102. Uw eigen positie is niet benijdenswaardig.

103. Een kloof is ontstaan tussen rijkdom (die koolstofrijk is) en waarde (die koolstofarm is). Niet-lineaire politiek is het antwoord van de mensen, uw klanten, op die kloof. Een tijdlang kon die kloof overbrugd worden, Maar nu niet meer.

104. U kunt niet voor rijkdom en waarde kiezen. U kunt er niet voor kiezen om te transformeren en te worstelen tegen transformatie. U kunt niet voor hoog koolstof en laag koolstof kiezen.

105. U moet nu een keuze maken en de gevolgen aanvaarden.

106. Het is een martelende keuze. De kosten zijn hoe dan ook enorm. U zult hoe dan ook de dobbelstenen werpen. Niets uit uw ervaring bereidt u voor op dit moment.

107. Kies voor rijkdom en u zou een tijdje binnen uw comfort zone kunnen blijven, zich vastklampend aan een oud zakelijk model. Zelfs in de drievoudige bankschroef blijft dat nog enige tijd bruikbaar. De vraag naar uw producten zal groeien alvorens op te drogen.

108. Terwijl dit plaats vindt zou u kunnen blijven proberen om ambitie ten aanzien van het klimaat in te tomen. Uw industrie zou, strategisch samenwerkend als een politieke rem, het waarschijnlijk uit kunnen houden totdat 2°C technisch en thermodynamisch onmogelijk wordt.

109. Maar zij kan dat niet zonder op de balans te worden gelegd, wellicht tijdens uw wacht. Vertrouwen zou wegdruppelen. Getalenteerde jonge managers zouden wegdrijven. Reeds aangetaste achtenswaardigheid zou wegstromen. Drup. Drijf. Stroom.

110. Of u kiest voor waarde. U zou gewoon kunnen accepteren dat uw E.On moment aangebroken is, dat de dagen van het bedrijfsmodel van gisteren geteld zijn, dat de uitdaging nu bestaat uit het sturen van de neergang en het opbouwen van een nieuwe bijdetijdse industrie, ook al is dat moeilijker voor een olie- en gasonderneming dan voor een nutsbedrijf.

111. Sommigen zullen u beschuldigen van verraad aan de stam en commerciële waanzin. U zou het deksel op de pot met koolstofrisico wagenwijd opendoen. De koers van uw aandeel zou er onder lijden, althans op de korte termijn.

112. Maar dit zou u de kans verschaffen om uw bedrijf planmatig te vernieuwen, in plaats van reagerend op externe schokken.

113. U zou geen masker nodig hebben. Het gezicht kan aan de wereld getoond worden en zichzelf in de weerkaatsing zien.

114. Ik weet niet hoe dat nieuwe bedrijfsmodel eruit ziet. U zult daar zelf pas gaan achter komen wanneer u accepteert dat het oude model al dood is als instrument van het gemeenschappelijke goed.

115. Maar ik weet wel wat de wereld te zien moet krijgen als het uw bedrijf moet aanvaarden als deel van de oplossing niet meer als deel van het probleem.

116. Stop met het frustreren van ambitie.

117. Praat mens ons over hoe u uw rol zult spelen in een 2°C transitie.

118. Vertel ons het inspirerende verhaal van die transitie, geruggesteund door uw kennis en ervaring. De transitie naar elektrische voertuigen en verwarming; koolstofvrije stroom; nieuwe horizonten in rendement. Een nieuw gouden tijdperk van energie.

119. En vertel ons niet door krokodillentranen heen dat dit alles veel tijd zal kosten. Vertel ons hoe u dit zult versnellen, en wat u van de overheid verlangt om het sneller te doen.

120. Kom rond uit voor uw 2°C koolstof risico en stap uit investeringen die het zouden vergroten.

121. Doe niet meer alsof gas een deel van het antwoord is op klimaatverandering, in plaats van een noodzakelijke periode in een transitie die zo kort mogelijk moet worden gehouden. Doe niet meer alsof gas altijd kolen zal verdringen in plaats van duurzame energiebronnen, en alsof het niet de noodzakelijke politieke focus op rendement zal verstoren.

122. Dring er bij andere bestuurders op aan dat ze nieuwe fracking wereldwijd de rug toekeren, zoals ze dat wijselijk al in de UK gedaan hebben. Het is een hoog koolstof suiker stormloop en een recept voor politiek smart. Zie de berichten uit Algerije.

123. Schei uit met het gemopper over duurzame energie. Ontsluit de mogelijkheden die hij biedt.

124. Organiseer een terugtrekking uit de koolstof voorhoede, vooral in het Noordpool gebied. Laat het in de bodem zitten.

125. Versnel de ontwikkeling van CCS. Gebruik uw betalingsbalans om regeringen over te halen tot een deal over de kosten.

126. Het is voor een buitenstaander gemakkelijker om te zeggen waar u mee op moet houden dan waar u mee zou moeten beginnen. Maar hoe meer u zich richt op een 2°C wereld, des te meer zult u de mogelijkheden ervan zien.

127. Ik wil dat u een storm tegemoet vaart. Maar in stormen bent u op uw best en de storm die u hoe dan ook zal treffen als u treuzelt zal dodelijker zijn. Binnen Shell hangt het spookbeeld van Brent Spar boven het onderwerp van politieke keuze. Of als dat niet zo is, dan hoort het wel zo te zijn.

128. De Risorgimento overspoelde Sicilië halverwege de 19e eeuw. Het dreigde de privileges weg te vagen van een naar binnen gekeerde aristocratie die ervan overtuigd was dat haar glorietijd nooit zou eindigen.

129. Hun worsteling om zich vast te klampen aan een ineenstortend syteem van feodale macht is op briljante wijze geschilderd in de roman The Leopard van Lampedusa. Een van de hoofdfiguren is de wereldse en cynische Prins Tancredi, die op enig moment opmerkt dat “Zaken zullen hier moeten veranderen als wij willen dat zaken blijven zoals ze zijn”.

130. Draag een masker voor verandering op een gezicht die daar tegen is. Dat is een slimme zet en als de spanningen niet te groot zijn – als de politiek lineair is – kan het zelfs werken.

131. Maar wanneer de spanningen existentieel zijn, koopt u er alleen maar valse veiligheid mee. Diegenen die de Tancredi strategie toepassen worden hoe dan ook weggevaagd.

132. U bevindt zich nu in de positie van Tancredi. U sprak een maand geleden een rede uit die werelds was. Gaat u nu uw onderneming en uw bedrijfstak naar een wijze keuze sturen?

Met vriendelijke groeten

John Ashton

Slotwoord van Evert van Voorthuysen

In regel 114 zegt John Ashton niet te weten hoe het nieuwe bedrijfsmodel van Shell er uit gaat zien. Ik ben zo vrij om te stellen dat ik het wel weet, mits Shell de bakens gaat verzetten. Shell verkoopt vloeibare brandstoffen en verbruikt aardolie en aardgas als grondstof. En wat Van Beurden betreft gaat Shell hier tot Sint Juttemis mee door.

Het kan anders, en het moet anders. Dat het anders kan weten ze bij Shell ook. Shell neemt namelijk deel aan het Solar Jet project, een Europees FP7 project om zonnebrandstof te produceren:
water + ingevangen CO2 + geconcentreerde zonnewarmte → methanol of een andere koolwaterstofverbinding, zie bv. http://www.solar-jet.aero
Shell heeft de middelen om dit onderzoek samen met zijn FP7 partners DLR en ETH Zürich een factor 10 op te schalen en binnen vijf jaar proeffabrieken te gaan bouwen in een land met een woestijnklimaat. Als Shell binnen tien jaar grotere bedragen investeert in zonnebrandstoffabrieken dan in de exploratie naar olie en gas heeft dit bedrijf zijn bestaansrecht bevestigd.

Gezen stuurt Minister Kamp brief over Helios project

Op 8 mei stuurde GEZEN aan Minister kamp een brief om hem te wijzen op de voordelen van het Helios-project. Hieronder volgt de tekst. Hier is de PDF te vinden.

 

Aan Z.E. de heer H. Kamp
Minister van Economische Zaken
Postbus 20401
2500 EK Den Haag

Groningen, 8 mei 2015

Geachte Heer Kamp,

In deze open brief, waarvan we de tekst zullen publiceren op onze website, verzoeken wij u om in aanvulling op het Energieakkoord SDE+ subsidie beschikbaar te stellen voor grootschalige zonne-energie (PV-centrales) in Griekenland, met het doel i) realisatie van het verplichte aandeel aan duurzame energie in 2020, ii) versterking van de Griekse economie, wat ook in het belang van Nederland is, iii) creatie van een nieuwe bron van duurzame energie voor Europa, op termijn ook voor Nederland, iv) bevordering van de werkgelegenheid in beide landen. Een op zeer korte termijn uitgesproken intentieverklaring van Nederland om te willen helpen bij de versterking van Griekse economie zal een positief effect hebben op de huidige onderhandelingen met Griekenland.

De noodzakelijke transitie van de energievoorziening van fossiele grondstoffen naar hernieuwbare energiebronnen wordt in sterke mate op een kleine, lokale schaal gerealiseerd. Daar is niets mis mee, ware het niet dat gedecentraliseerde energieopwekking in de dicht bevolkte Noord-West Europese landen ten enen male onvoldoende is om aan de energievraag van de eigen bevolking te voldoen. Maar ook grootschalige duurzame energieopwekking op eigen bodem en eigen zeeën is onvoldoende om aan de uiteindelijke doelstelling, een nagenoeg volledige fossiel-vrije 1energievoorziening, te voldoen. Dit feit is overtuigend aangetoond door professor David MacKay in zijn boek Sustainable Energy – Without the Hot Air.1)

MacKay heeft als Chief Scientific Advisor van het Britse ministerie van energie en klimaatverandering grote invloed gehad op het energiebeleid van uw collega’s in het Verenigd Koninkrijk. Ook op de betrekkelijk korte termijn die relevant is in de dagelijkse politiek in Nederland geldt de door professor MacKay gesignaleerde problematiek. De Algemene Rekenkamer heeft onlangs in het rapport Stimulering van duurzame energieproductie (SDE+)2) gesteld dat Nederland bij ongewijzigd beleid de doelstellingen van het Energieakkoord hoogstwaarschijnlijk niet zal halen en daarmee in gebreke zal zijn jegens de afgesproken verplichtingen binnen de Europese Unie. Wij willen u voorstellen om het energiebeleid zoals dat gestalte heeft gekregen in het Energieakkoord aan te vullen. Wij zien hierbij geen reden om energie anders te  behandelen dan andere economische goederen. Als liberaal bent u ongetwijfeld op de hoogte van de economische Wet van Ricardo: “Produceer op de locatie waar de opbrengst het hoogst is, en pas handel toe om de welvaart van de wereld te verhogen.” Dankzij toepassing van deze wet is de welvaart in vrijwel de gehele wereld enorm toegenomen.De opbrengst van duurzame energieopwekking is bij uitstek afhankelijk van geografische omstandigheden, dus van de locatie. We nemen wind op land als voorbeeld. Windturbines hebben in Friesland een aanzienlijk grotere jaaropbrengst dan in Limburg.

Om de investeerders te verlokken om toch windturbines in Limburg te plaatsen heeft u het SDE+ basisbedrag in deze provincie ongeveer 30% hoger moeten stellen dan in Friesland. Iedere windturbine die in Limburg staat in plaats van in Friesland belast de Nederlandse stroomconsument de komende jaren met extra kosten en is een handeling die strijdig is met de Wet van Ricardo. Dit wordt gerechtvaardigd door de noodzakelijke min of meer eerlijke verdeling van de last van windturbines over de gehele Nederlandse bevolking.

We willen u nu attent maken op een ander voorbeeld dat qua volume van veel groter belang is dan wind op land in Nederland, nl. de duurzame elektriciteitsopwekking in Europa. Naast decentrale opwekking, zoals zonnepanelen op daken en afzonderlijke windturbines, is centrale opwekking van wezenlijk belang. De belangrijkste technologieën zijn wind op zee in Noord-Europa en zonnecentrales in Zuid-Europa. Wind op de Noordzee heeft een redelijk potentieel, maar het potentieel van zonnecentrales in Zuid-Europa is vrijwel onbeperkt. In de scenario’s van het Internationaal Energie-Agentschap (IEA) spelen PV-centrales (velden met zonnepanelen) en CSP-centrales (zonnespiegelcentrales) daarom een hoofdrol. In het Nederlandse Energieakkoord zijn investeringen in Zuid-Europese zonnecentrales echter volledig afwezig, ondanks het feit dat de Europese regelgeving dergelijke investeringen mee laat tellen in de doelstelling voor 2020, 14% aandeel duurzame energie in het totale Nederlandse energieverbruik. Om te kunnen vaststellen of het Energieakkoord optimaal is, dat wil zeggen consistent met de Wet van Ricardo, heeft het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) een aantal studies verricht onder de naam RES4LESS 3). Een van de conclusies is dat de kilowattuurkosten van een CSP-centrale in Spanje lager zijn dan van een windpark op de Noordzee. Wij vinden het daarom vreemd dat in het Nederlandse programma zoals vastgelegd in het Energieakkoord geen enkele ruimte is voor investeringen in grootschalige zonne-energie in Zuid-Europa.

We moeten constateren dat het Energieakkoord in strijd is met gezonde economische principes zoals die al 200 jaar lang gelden, en dat de Nederlandse stroomconsument meer moet betalen om de doelstelling voor 2020 te kunnen financieren dan nodig is. Bij wind op land bestaat een geldige reden om af te wijken van de Wet van Ricardo. Wij zijn echter van mening dat er in het geval van de grootschalige duurzame elektriciteitsopwekking in Europa geen goede reden is om deze economische wet te overtreden. Het werkgelegenheidsargument voor Nederlanders is nauwelijks relevant, alle projecten worden immers internationaal aanbesteed, zoals het hoort in Europa. Het Nederlandse bedrijfsleven kan stevig verdienen aan de investeringen in duurzame energie, op basis van kwaliteit, en onder toepassing van alle technologieën die relevant zijn en waarin expertise is opgebouwd. Dus ook technologieën die vrijwel alleen in het buitenland worden toegepast, zoals grootschalige zonne-energie. Wij hebben nu eenmaal, zoals bekend, een groot buitenland.

Wij realiseren ons terdege dat het Energieakkoord een compromis is, net zoals het Regeerakkoord dat is. Toch moet het Energieakkoord voortvarend worden uitgevoerd. Maar gegeven de waarschijnlijkheid dat de uitvoering van het Energieakkoord onvoldoende zal zijn om de doelstelling voor 2020 te halen, verzoeken wij u om nu reeds maatregelen te nemen om het akkoord aan te vullen, en hiermee niet te wachten tot de afgesproken evaluatie in 2016. Wij verzoeken u bij deze aanvulling ook te kijken naar opties die nu niet in het Energieakkoord voorkomen.

In de hoop en verwachting dat u ontvankelijk bent voor ons betoog, en bereid bent om de optie van het beschikbaar stellen van SDE+ subsidie voor duurzame energieopwekking in andere EU-lidstaten in overweging te nemen, in overeenstemming met de aanbeveling in het rapport van de Algemene Rekenkamer, willen wij u attent maken op één Zuid-Europees land in het bijzonder, namelijk Griekenland. De Griekse regering heeft in 2011 een ambitieus plan gepresenteerd, het Project Helios, 4). Dit plan behelst de aanleg van PV-centrales met een totaal piekvermogen van 10 GW op terreinen met een gezamenlijk oppervlak van 200 km2 die in staatseigendom zijn. De opgewekte elektriciteit wordt geëxporteerd naar Centraal-Europa.

Uitvoering van het Helios Project heeft de volgende voordelen:

  • Uitbreiding van de Europese duurzame energieopwekking met een technologie die vrijwel onbegrensd is;
  • Versterking van het continentale hoogspanningsnet, niet alleen voor het transport van zonnestroom van Zuid naar Noord, maar eveneens ten behoeve van windstroom van Noord naar Zuid;
  • Versterking van de Griekse economie (ook in ons belang) met een nieuw exportproduct van grote economische en maatschappelijke waarde;
  • Bijdrage aan de vermindering van de schuldenlast van Griekenland, zoals reeds in juni 2012 is voorgesteld, zie 5).

Hoewel het aandeel van zonne-energie in de Griekse elektriciteitsopwekking de laatste jaren flink gestegen is, tot een totale piekcapaciteit van 3 GW, betreft het alleen PV op daken van woningen en bedrijven. Van PV-centrales, d.w.z. uitgestrekte velden met honderden megawatt aan PV-capaciteit, is nog geen sprake in Griekenland. Van de ambitie die in 2011 werd getoond bij de presentatie van het Helios Project is nog weinig terechtgekomen.

Wegens de hierboven genoemde voordelen hebben wij de vrijheid genomen om het bijna in vergetelheid geraakte Helios Project weer onder de aandacht te brengen. Via de Griekse ambassade in Den Haag en de Nederlandse ambassade in Athene ligt het plan, met toelichting, momenteel op het bureau van uw collega op het Griekse ministerie van “Reconstruction of Production, Environment and Energy”. Alle Griekse functionarissen met wie we contact hebben gehad hebben tot dusver grote belangstelling getoond voor ons initiatief. Het belang van een revitalisering van het Helios Project wordt in Athene duidelijk ingezien. Maar in de huidige hectiek van de onderhandelingen met de EU, de ECB en het IMF en gezien de moeizame hervormingen die nodig zijn in Griekenland kan niet in redelijkheid worden verwacht dat de Griekse regering op korte termijn wezenlijke politieke en ambtelijke aandacht zal geven aan het Helios Project. Tenzij er een extra impuls komt vanuit het buitenland.Wij verzoeken u om deze impuls aan het Helios Project te geven. Dit enorme, duurzame project is immers in het belang van Europa, dus van Nederland. U kunt de eerste aanzet geven door SDE+ subsidie in het vooruitzicht te stellen voor grootschalige zonne-energie in Griekenland, voor PV-velden met een groot piekvermogen, d.w.z. meer dan 100 MW. De opgewekte stroom wordt verkocht aan het Griekse nationale net en aan de netten van buurlanden waarmee Griekenland via hoogspanningsleidingen in verbinding staat.

Mislukking van de huidige onderhandelingen met Griekenland heeft grote repercussies voor Europa en voor Nederland. Het is de verantwoordelijkheid van alle regeringen, dus ook het Nederlandse kabinet, om het hoofd koel te houden en alle handelingen te verrichten die de samenwerking met Griekenland herstellen en versterken. Wij doen daarom een dringend beroep op u om de Griekse regering op korte termijn in kennis te stellen van uw intentie om een deel van de Nederlandse duurzame energieopwekking uit te voeren op Grieks territoir door middel van het in het vooruitzicht stellen van SDE+
subsidie voor grote PV-centrales. Met deze vertrouwenwekkende maatregel kunt u het verschil maken.

Hoogachtend,

(Dr.E.H. du Marchie van Voorthuysen, directeur van de Stichting GEZEN)
1.
David J.C. MacKay, Sustainable Energy – Without the Hot Air, vrij beschikbaar
op http://www.withouthotair.com

2.
Algemene Rekenkamer, Rapport: Stimulering van duurzame energieproductie
(SDE+) 16 april 2015, http://www.rekenkamer.nl/dsresource?objectid=21812&type=org

3.
Francesco Dalla Longa et al. ECN, Cost-Efficient and Sustainable Deployment of
Renewable Energy Sources towards the 20% Target by 2020, and beyond,
Summary of case srudies for cooperation mechanisms, September 2012,
http://www.ecn.nl/docs/library/report/2013/o13015.pdf

4.
Ministry of Environment, Energy and Climate Change of the Hellenic Republic,
Project Helios, The Greek Solar Energy Project, November 2011,
http://www.gezen.nl/wordpress/wp-content/uploads/2015/04/Helios-Project-Presentation_nov2011_European-Parliament.pdf

5.
Marco Witschge et al. Uitweg voor de Eurocrisis – duurzame energie concessies.
Werk die staatsschulden weg met zon en wind NRC Handelsblad, 4 juni 2012,
http://www.gezen.nl/wordpress/uitweg-voor-de-eurocrisis-duurzame-energie-concessies/

 

Doelstellingen van de Stichting GEZEN (Statuten, art.2)

1 De stichting heeft ten doel: Het op ruime schaal bekendheid geven aan de grote voordelen van zonthermische krachtcentrales voor de oplossing van het mondiale energieschaarsteprobleem, het drinkwaterprobleem in de droge landen en het verzachten van de gevolgen van het antropogeen broeikaseffect. 2 De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door de volgende methodieken toe te passen:

1. voorlichting door middel van gedrukte en elektronische media 2. voorlichting op scholen, universiteiten, tentoonstellingen en andere instanties 3. de uitgave van brochures en het bedrijven van een website 4. de organisatie van conferenties en seminaria 5. gerichte beïnvloeding van regeringen, overheden, politici en (internationale) organisaties 6. voorlichting aan bedrijven

3 De stichting beoogt niet het maken van winst

Uitweg voor de Eurocrisis – duurzame energie concessies

Werk die staatsschulden weg met zon en wind

Griekenland, Italië, Portugal, Spanje en Ierland hebben bijzonder goede omstandigheden om energie op te wekken uit zon, wind en aardwarmte. Waarom krijgen deze landen niet de mogelijkheid om via deze weg een substantieel deel van hun schulden in te lossen? Hoe? Door schuldeisers concessies in deze landen te geven voor grootschalige investeringsprogramma’s in duurzame energie, die over een lange periode voldoende financieel rendement opleveren. Denk aan zonnepanelen, windparken, of geothermische centrales.

Onderstaand opinieartikel is op 4 juni in NRC Handelsblad gepubliceerd. We publiceerden de Engelse vertaling eerder.  Het artikel is ingediend door Prof. Dr. Klaas van Egmond (Hoogleraar Geowetenschappen – Universiteit Utrecht), Prof. Dr. Sylvester Eijffinger (Hoogleraar Financiële Economie – Universiteit Tilburg), Prof. Dr. Herman Wijffels (Hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering – Universiteit Utrecht), Prof.  Dr. Wim Sinke (Hoogleraar Duurzame Energiesystemen – Universiteit van Utrecht) en Marco Witschge (initiatiefnemer van het artikel en Directeur Nederland Krijgt Nieuwe Energie)

Vorige week stelde econoom Sweder van Wijnbergen in deze krant dat er naast schuldreductie ook een investeringsprogramma nodig is om de euro-economieën, en hun bevolking, hoop te geven en uitzicht op groei. Deels kan dat door schulden om te zetten naar concessies voor duurzame energie.

Een schuldreductie van  30 procent moet mogelijk zijn – uitgaande van een gemiddelde inflatie van 2,5 procent per jaar, een bescheiden rendement van 1,5 eurocent per kilowattuur in de periode 2020-2045, en een conservatief ingeschatte opbrengst van 70 gigawattuur elektriciteit per vierkante kilometer per jaar.

Ierland, dat een schuld heeft van 40 miljard euro, zou een gebied van in totaal 550 vierkante kilometer in concessie moeten geven. Dat is nog geen procent van het totale landoppervlak – ter vergelijking: 11 procent van de provincie Gelderland. Voor Portugal (78 miljard euro schuld) is dat ruim 1.000 vierkante kilometer, ofwel 1,1 procent van zijn oppervlak. En Griekenland (210 miljard euro schuld) komt op 2.800 vierkante kilometer – 2,1 procent van het totale oppervlak. Projecten hoeven trouwens niet perse alleen via grootschalige opwek op grote lappen grond plaats te vinden. Ook lokaal kan een enorme potentie voor decentrale energie worden verzilverd.

Dit plan kent alleen winnaars. Via hun concessies kunnen schuldeisers hun ooit geïnvesteerde geld terugverdienen – in de huidige situatie is het hoogst onzeker of ze dat geld ooit nog terugzien. De probleemlanden lossen een substantieel deel van hun schuldenlast af, en tegelijk krijgt de  werkgelegenheid een impuls bij de bouw en het onderhoud van de installaties. Vooral de jonge generatie in die landen, die nu geconfronteerd wordt met een reusachtige jeugdwerkeloosheid, krijgt weer perspectief op een schuldenvrije toekomst. En Europa krijgt meer duurzame energie. Het draagt daarmee bij aan een leefomgeving die schoner, gezonder en veiliger is voor haar burgers.

Om de uitoefening van de concessierechten en daarmee de aflossing van de schulden extra te stimuleren, moeten de schuldeisers – al dan niet via een speciaal daartoe op te richten consortium – de te realiseren duurzame energieprojecten tegen een lage rente kunnen financieren bij de Europese Investeringsbank (EIB).  Dit past prima binnen de doelstellingen van de EIB en het beleid van de EU om de komende decennia een  energietransitie door te maken. Een lage rente heeft een sterk positief effect op de rentabiliteit van de te realiseren projecten, omdat de installaties voor duurzame energie  gekenmerkt worden door relatief hoge initiële investeringskosten en zeer lage operationele kosten. De ‘brandstoffen’ zon, wind en aardwarmte zijn immers gratis.

Ook moet de uitoefening van de concessierechten gepaard gaan met de verdere uitbouw van het al in aanleg zijnde Europese hoogspanningsnet. Via ondergrondse en overzeese gelijkspanningskabels worden vraag en aanbod van duurzame stroom uit verschillende EU-lidstaten beter aan elkaar gekoppeld. Het plan kan ook aansluiten bij het project Desertec, dat investeert in duurzame energieprojecten in Noord-Afrika, om zo te voorzien in een deel van de Europese elektriciteitsbehoefte.

Wil een  plan zoals hier gepresenteerd slagen, dan moeten schuldeisers bereid zijn te handelen met het perspectief van een langere termijn, tenminste  enkele decennia. De voordelen zijn talrijk: grondpacht tegen een lage prijs of zelfs gratis, lage rente op geïnvesteerd kapitaal, gunstige lokale omstandigheden en wereldwijd structureel stijgende groothandelsprijzen van conventionele energie. Aangezien de vraag naar grond met gunstige omstandigheden (veel zon, wind of aardwarmte) waarschijnlijk zal toenemen, is het eigenlijk niet meer dan slim anticiperen.