Kolencentrales en CCS

Download een knipsel van Financieel Dagblad jan 2017 Kolencentrales alleen met CCS11012017

Kolencentrales en CCS

Hans Schoenmakers, Director Corporate Affairs Uniper Benelux (het vroegere Eon), gaat akkoord met mijn inschatting dat spoedige en voortvarende toepassing van CCS een noodzakelijke voorwaarde is om in Nederland kolencentrales te mogen blijven exploiteren (FD 10 januari). Maar hij suggereert dat er een wezenlijk verschil zou zijn tussen de verleende vergunningen en latere politieke uitspraken. Welnu, in de milieuvergunning van RWE lees ik bijvoorbeeld:

“De grote hoeveelheid CO2 die echter vrijkomt bij de energieproductie met fossiele brandstoffen, waaronder steenkool, moet daarentegen wél verantwoordelijk worden gehouden voor een deel van de opwarming van de aarde/klimaatveranderingen. Dit heeft geleid tot een aantal beleidsontwikkelingen, waarbij de Europese ambitie en die van de rijksoverheid is om vanaf 2020 bij kolencentrales CO2-afvang en -opslag (CCS) te verplichten en nieuwe kolencentrales vanaf 2010 “CO2 capture ready” op te leveren.”

De latere uitspraken van de verantwoordelijke bewindslieden zijn consistent met de verleende vergunningen. We constateren  echter dat in de nieuwe kolencentrales nog steeds geen noemenswaardige voorbereidingen voor CCS worden getroffen. Dat lijkt mij niet in het belang van hun voortbestaan.

 

Evert du Marchie van Voorthuysen, Haren.

 

 

Geplaatst in Financieel Dagblad 7 januari 2017

Kolencentrales alleen met CCS

Jannes Verwer (voormalig regionaal directeur van E.ON) verwijt de politiek wispelturig gedrag  en gebrek aan gezond verstand omdat zij alle kolencentrales wil sluiten (FD 4 januari). Het is echter niet de politiek, maar het zijn de energiebedrijven zelf die de problemen hebben veroorzaakt.

De belangrijkste vergunningen zijn in 2007 en 2008 gegeven aan drie energiebedrijven onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de CO2-uitstoot per geleverde kilowattuur binnen redelijke tijd zou worden verminderd door middel van CCS (afvangen en bergen van kooldioxide). Deze voorwaarde blijkt uit vele uitspraken van de toenmalige minister van milieu, Jacqueline Cramer en uit de aanname van de motie Vendrik uit 2009.  Alle betrokken energiebedrijven hebben ingestemd met deze voorwaarden en toentertijd gedetailleerde plannen bekend gemaakt voor de geleidelijke invoer van CCS ruim voor 2020.

 

Van deze plannen is niets gerealiseerd, en de politiek heeft haar geduld met de energiebedrijven dan ook terecht verloren. Alleen als er binnenkort ambitieuze en geloofwaardige CCS-plannen worden gepresenteerd maken de kolencentrales misschien nog een kans.

 

Evert du Marchie van Voorthuysen,  Haren.

 

 

Het Zon-Wind-Gas Scenario als duurzaamste oplossing voor Nederland

 

Toegestuurd naar Trouw op 16 mei 2016, maar niet geplaatst.

In een hartverwarmende mondiale eensgezindheid ondertekenden 171 landen op Earth Day, 22 april, het klimaatverdrag van Parijs. Hiermee bindt de wereld de strijd aan tegen de klimaatverandering, de grootste bedreiging van de mensheid. Het volk verwacht nu leiding van de regering; het leveren van veiligheid is immers de kerntaak van de overheid.

 

Maar, helaas, in Nederland wordt daar heel anders over gedacht. Minister Kamp geeft in het “Energierapport – Transitie naar  Duurzaam”, dat hij begin dit jaar heeft gepubliceerd, een keurig overzicht van alle mogelijkheden, met maar liefst 22 energiescenario’s voor 2050 waarin de kool en de geit worden gespaard; heldere keuzes worden niet gemaakt.

 

Dat moet anders. Er moet een Rijksdienst voor Energie en Klimaat komen, zoals in het verleden de Dienst Zuiderzeewerken en de Dienst Deltawerken, met als taak het voeren van de regie over een ambitieus, aansprekend en effectief plan. Het Zon-Wind-Gas Scenario, dat wij afgelopen jaren hebben ontwikkeld, is zo’n plan. Dit scenario is niet alleen voor Nederland relevant, maar ook voor onze Europese buurlanden.

 

Zonne-energie en windenergie worden onze voornaamste energiebronnen. Alle daken die daar maar enigszins geschikt voor zijn worden voorzien van zonnepanelen (voor elektriciteit) en zonnecollectoren (voor warmte). De opbrengst is dan nog steeds veel te laag, daarom moet 5 tot 10% van het landoppervlak worden bedekt met zonnepanelen. Windturbines, die voornamelijk op zee zullen staan, voorzien in ongeveer een derde deel van de energiebehoefte van huishoudens, bedrijven en transportmiddelen.

 

Het grootste probleem is niet financieel (de technologie wordt immers steeds goedkoper), maar de wisselende beschikbaarheid van de zon en de wind. Het is een absolute eis dat de hernieuwbare energie kan  worden opgeslagen, zowel voor een korte periode  (overbrugging van dag en nacht, wat goed kan met batterijen) als voor een  lange periode (overbrugging van zomer en winter). De opbrengst van de zonnepanelen is immers  ‘s winters een factor 10 lager dan in de zomer.

 

In het Zon-Wind-Gas Scenario speelt methaan, het gas dat we kennen als het voornaamste bestanddeel van aardgas, de hoofdrol in de opslag voor de lange periode. Het overschot aan zonne-energie in de zomer wordt  benut om in gasfabrieken uit water (H2O) en koolstofdioxide (CO2) methaan (CH4) te produceren, dat wordt opgeslagen in bestaande aardgasvelden. Deze technologie staat bekend als  Power-to-Gas (P2G). In de winter wordt het methaan verbrand in elektrische centrales. Deze centrales staan verspreid nabij bevolkingscentra en  in  tuinbouwgebieden waardoor de afvalwarmte via warmtenetten aan huishoudens en kassen kan worden geleverd. De kooldioxide die hierbij ontstaat wordt terug gevoerd naar de gasfabrieken, in een gesloten circulair systeem met opslagcapaciteit.  De warmtenetten worden daarnaast gevoed met warmte uit bijv. geothermie. Het methaan wordt tevens in de industrie gebruikt om o.a. vloeibare brandstoffen voor de transportsector te maken.

De woningen en gebouwen in de gebieden zonder warmtenet  worden extra geïsoleerd en verwarmd met elektrische warmtepompen.

 

Door een deel van de zonne-energie op te wekken in zonnespiegelcentrales in Zuid-Europa en Noord Afrika hoeft er minder geïnvesteerd te worden in batterijen. Ook de behoefte aan P2G daalt aanzienlijk omdat het verschil tussen de zomeropbrengst en de winteropbrengst veel kleiner is dan in Nederland.

 

Alle technologie die in  het Zon-Wind-Gas  Scenario gebruikt wordt is bewezen en getest. Er is geen enkele reden waarom we zouden wachten met de implementatie. Wachten is op den duur veel kostbaarder dan een onmiddellijke uitvoering van de voor dit scenario benodigde  investeringen.

 

Dr. Evert du Marchie van Voorthuysen, directeur van de Stichting GEZEN (Grootschalige Exploitatie van Zonne-ENergie)

Drs. Bert Landman, onafhankelijk consultant        .

Drs. Simon Kalf, voorzitter ASPO-NL

 

Ramp

Medio 2016 beschreef ik het volgende rampenscenario: eerst de Brexit, daarna Trump in het Witte Huis en tenslotte Marine le Pen in het Elysee. Twee-derde deel hiervan is nu een feit geworden.

Woensdag 9 november, de dag na de Amerikaanse verkiezingen, verkeerde ik in een halve shock, en was ik nauwelijks in staat om nuttig werk te doen. Dat in de oudste en grootste democratie van de westerse wereld een narcistische, racistische, seksistische, leugenachtige, en dus volstrekt niet-integere  bullebak wordt gekozen om het land de komende vier jaar te leiden is en blijft verbijsterend.

Democratieën bevatten de mogelijkheid van zelfvernietiging. In Duitsland gebeurde dit toen Hitler de verkiezingen won. Net als toen in Duitsland heeft ongeveer de helft van het electoraat gekozen voor De Sterke Man, de man die precies weet wie je de schuld kunt geven van alles wat misgaat. De man die aanwijst wie niet meer mee mag doen. Dit is geen populisme meer, maar fascisme, neo-fascisme. De knokploegen ontbreken nog, maar het politiegeweld tegen de afro-amerikanen zal ongetwijfeld toenemen.

Maar het ergste heb ik in Trouw onder woorden gebracht, maandag, toen er nog hoop was dat de redelijke krachten op de wereld zouden winnen.

trouw-9november2016

Trouw-9 november 2016

Trouw-9 november 2016

Zoals te verwachten valt stond Geert Wilders te juichen toen Trump had gewonnen. Wilders ontkent net als Trump het gevaar van de klimaatverandering. Hoe voorkomen we dat eerst in Nederland, en daarna in Frankrijk de fascisten aan de macht komen?

De zorgen van “Henk en Ingrid” over wat zij zien als een ongebreidelde immigratie van buitenlanders werden tot voor kort door de zg. elite genegeerd. Maar deze zorgen zijn wel degelijk legitiem. Het concept van de internationale grens is en blijft van grote betekenis, lees bv. Paul Scheffer “De vrijheid van de grens”. De discussie is niet of we iedereen maar in Europa moeten toelaten; alleen wereldvreemde mensen willen dit nog. De discussie gaat er over of de grens wordt getrokken om de nationale staten, zoals Wilders c.s. willen, of om de Europese Unie.

Ik bepleit een samenwerking tussen PvdA, Groen Links en D66 met als kernpunten:

1. Een radicaal groen programma.
2. Bestrijding van de economische ongelijkheid: progressieve vermogensbelasting met aftrek voor groene investeringen.
3. Onverkorte handhaving van de rechtsstaat.
4. Versterking van de Europese Unie, ook militair, vooral van belang nu de VS onbetrouwbaar is geworden.
5. Open blik naar de wereld (maar aan de EU-grens wordt de ongeregelde immigratie gestopt).
6. Versterking van het onderwijs en de burgerschap-educatie.

Misschien komt het dan toch nog goed in Nederland, Europa en de wereld.

D66 wil Tunesië helpen bij de energietransitie

Op initiatief van Evert van Voorthuysen heeft het landelijk congres van de politieke partij D66 de volgende motie aangenomen:

 

“Het congres van D66 in vergadering bijeen op zaterdag 16 april 2016 te Arnhem,

Overwegende dat:

De noodzakelijke beperking van de temperatuurstijging op Aarde een energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energieopwekking vereist die in alle landen ter wereld moet worden uitgevoerd;

Nederland zich op de klimaatconferentie van Parijs verplicht heeft om financieel bij te dragen aan de energietransitie in ontwikkelingslanden;

Het democratiseringsproces in bijvoorbeeld Tunesië onze steun aan de energietransitie in juist dat land rechtvaardigt;

Spreekt uit dat:

Dat Nederland ook in ontwikkelingslanden moet proberen om bij te dragen aan de energietransitie;

En verzoekt de fracties van de Tweede en Eerste Kamer:

Om te bezien hoe met het Ontwikkelingssamenwerkingsbudget de energietransitie in een of meerdere ontwikkelingslanden een sterke impuls gegeven kan worden;

En gaat over tot de orde van de dag.”

Evert is actief in de werkgroep Energie en Klimaat van D66. De redenen om juist Tunesië te helpen bij de transitie van fossiele energiebronnen naar duurzame bronnen, vooral zonne-energie, staan vermeld in het Nederlands-Tunesisch Zonne-Energie Plan.

 

100% duurzame en betrouwbare energievoorziening voor Nederland

15 februari 2016

De politieke partij D66 heeft een visie gepubliceerd over de duurzame energievoorziening in de toekomst met de titel:  “D66 geeft Nederland Nieuwe Energie“. Op blz. 11 is een scenario gepubliceerd dat staat als een huis. Het scenario voldoet aan alle relevante  voorwaarden:

  1. >95 duurzaam (d.w.z. de CO2-uitstoot daalt met >95%);
  2. 100% betrouwbaar, dankzij het concept van Power-to-Gas en betrekkelijk kleine gascentrales in de steden en wijken;
  3. betaalbaar.

Alle componenten bestaan al, en de meeste componenten zijn door het leercurve-effect al goedkoop geworden. Power-to-Gas (P2G) is het minst bekend bij het grote publiek. Er wordt in Duitsland op grote schaal ervaring mee opgedaan. Er bestaan plannen om in Delfzijl een P2G-installatie van 12 MW te gaan bouwen.

Maar de Stichting GEZEN plaatst wel een kanttekening. De technische aanpak van zonne-energie en wind als primaire energiebronnen, in combinatie met chemische energieopslag in de vorm van Power-to-Gas (P2G) is uitstekend. Het is naar ons beste weten de eerste keer dat een denktank uit een politieke partij (en daar komt uiteindelijk de macht vandaan) met een helder en wetenschappelijk correct scenario komt. Daarom zijn wij enthousiast en hebben wij  de essentie van het D66-scenario hier visueel getoond.

Maar er zijn ook bezwaren tegen het Zon-Wind-Gas scenario zoals hier boven weergegeven. In dat scenario wordt alle grootschalige zonne-energie, de zonnepanelen op velden, in Nederland uitgevoerd. Dit vergt in totaal, volgens de schrijvers van “D66 geeft Nederland Nieuwe Energie”, 1500 km² aan terrein dat moet worden onttrokken aan de agrarische sector, dat is ruwweg 4 km² = 400 hectare per Nederlandse gemeente. We denken dat dit in ons dichtbevolkte land op onoverkomelijke problemen gaat stuiten.

De Stichting GEZEN verwelkomt het Zon-Wind-Gas scenario van D66, maar stelt voor om het zonne-energiedeel voornamelijk uit te voeren in de landen rondom de Middellandse Zee, kortweg, de Sahara.
Er is dan naast zon-PV (zonnepanelen) ook zon-CSP (zonnespiegelcentrales) mogelijk. GEZEN onderzoekt momenteel allerlei varianten, waarbij het P2G-deel van het scenario ook naar de Sahara gaat, eventueel ook met een deel van de gascentrales.

Blokschema Zon-Wind-Gas Overzicht

Schematische weergave hoe het scenario uitwerkt voor een zomerdag, een nacht en een winterdag

Zonnige landen kunnen het voortouw nemen

Nederland kan helpen met investeringen in ontwikkelingslanden met een zonnig klimaat.

Klimaatverandering valt niet meer te ontkennen. Het ene na het andere warmterecord sneuvelt, tot genoegen van de meeste Nederlanders, behalve de liefhebbers van de Elfstedentocht. En zeker niet tot genoegen van de bewoners van Singapore die lijden onder smog van de bosbranden in Indonesië. Of de boeren in Pakistan die wegens droogte nu al moeten wegtrekken. En dit is nog maar het begin.

Alle regeringen zijn het er over eens dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet sterker mag stijgen dan twee graden boven het pre-industriële niveau,  want bij een sterkere stijging zullen de rampen niet meer te overzien zijn. Het doel van de opeenvolgende klimaatconferenties is om een internationaal verdrag te sluiten waarin de landen zichzelf en elkaar verplichten om de uitstoot van broeikasgassen zodanig te reduceren dat de tweegradendoelstelling gehaald wordt. De klimaatconferentie COP21 die van 30 november tot 11 december in Parijs wordt gehouden moet tot zo’n verdrag leiden.

De aanzet is veelbelovend. Vrijwel alle landen (of groepen, de EU acteert hier als één land) hebben zoals eerder was afgesproken hun broeikasgasreductieplannen voor de periode tot 2030 ingediend. Dit hebben zij gedaan met een zogenaamde  “Intended Nationally Determined Contribution”, INDC.

Laten we optimistisch zijn, en aannemen dat (1) alle INDC’s in de periode 2015-2030 volgens plan worden uitgevoerd, en (2) de CO2-uitstoot na 2030 in een nog hoger tempo wordt verminderd. Op grond van de bestaande, steeds verfijndere klimaatmodellen kan dan berekend worden hoe groot de uiteindelijke temperatuurstijging op aarde zal zijn. Het verbijsterende resultaat is dan 2,7 tot 3 graden, veel meer dan de vereiste 2 graden.  De regenwouden van Brazilië zullen dan in een niet te blussen reeks van branden verloren gaan en veranderen in een woestijn, met een  definitieve  teloorgang van plantensoorten  en diersoorten  op een rampzalige schaal, aldus Mark Lynas in zijn boek “Zes Graden”.

Klimaatverandering valt niet meer te ontkennen. Het ene na het andere warmterecord sneuvelt, tot genoegen van de meeste Nederlanders, behalve de liefhebbers van de Elfstedentocht. En zeker niet tot genoegen van de bewoners van Singapore die lijden onder smog van de bosbranden in Indonesië. Of de boeren in Pakistan die wegens droogte nu al moeten wegtrekken. En dit is nog maar het begin.

Alle regeringen zijn het er over eens dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet sterker mag stijgen dan twee graden boven het pre-industriële niveau,  want bij een sterkere stijging zullen de rampen niet meer te overzien zijn. Het doel van de opeenvolgende klimaatconferenties is om een internationaal verdrag te sluiten waarin de landen zichzelf en elkaar verplichten om de uitstoot van broeikasgassen zodanig

Met deze constatering  moet het voor iedereen die een leefbare wereld wil nalaten aan zijn/haar kinderen, dus voor ieder redelijk mens, evident zijn dat de reductie van de CO2-uitstoot in de periode tot 2030 veel groter moet worden dan de plannen die in de INDC’s zijn opgesomd.

Wat kunnen wij, Nederlanders, doen? Veel meer dan alleen maar ons eigen aandeel in de Europese INDC verhogen. Onze economie verwerkt en verbruikt energie, mineralen en agrarische producten uit de hele wereld, en hiermee creëren we welvaart voor ons zelf.   Onze verantwoordelijkheid reikt daarom veel verder dan ons eigen grondgebied. Wij moeten een bijdrage leveren aan de wereldwijde transitie van een koolstof-economie naar een duurzame, groene economie, die minstens  evenredig is aan onze economische omvang. Wij moeten dus acteren op een veel groter terrein dan alleen maar ons eigen landje en ons eigen stukje Noordzee. Nederland heeft daarom de morele plicht om de INDC van één of meerdere snelgroeiende ontwikkelingslanden ambitieuzer te maken.

Het toeval wil, dat vrijwel alle snel groeiende landen gezegend zijn met een zonnig klimaat, en dat er nu goede, betaalbare  technologieën beschikbaar zijn waarmee je de zonne-energie kunt oogsten. Dat zijn fotovoltaïsche energie (PV, de technologie van de zonnepanelen) en Concentrating Solar Power (CSP, de technologie van de zonnespiegelcentrales). Zonnepanelen zijn het goedkoopst, en leveren in Noord-Afrika elektriciteit voor slechts 6 dollarcent per kilowattuur, maar CSP heeft weer twee voordelen boven PV, want warmte kun je opslaan. Een zonnespiegelcentrale met warmteopslag kan dus ook na zonsondergang elektriciteit produceren. Daarnaast draagt de bouw van een zonnespiegelcentrale sterker bij aan de lokale economie dan het bedekken van een veld met zonnepanelen.

De opgave is om van nu af aan in zonnige, snel groeiende landen geen  kolencentrales, gascentrales of dieselgeneratoren meer te bouwen, maar de nieuwe stroomopwekking uitsluitend met PV, CSP, en wind uit te voeren, aangevuld met andere duurzame energiebronnen, indien

beschikbaar. Hierbij hebben deze landen de eerste jaren hulp nodig, technisch en organisatorisch, maar ook financieel. In de meeste zonnige landen  wordt momenteel elektriciteit opgewekt in centrales die draaien op goedkoop aardgas. Zonnecentrales en windparken kunnen hier nu nog niet tegen concurreren. Zij zullen alleen gebouwd worden als de onrendabele top in de productie wordt aangevuld met een subsidie naar voorbeeld van het Nederlandse SDE+ systeem. Vanuit het standpunt van de Nederlandse belastingbetaler of stroomconsument is zo’n investering gunstig; bij een Tunesische zonnecentrale bijvoorbeeld is de opbrengst aan CO2-besparing per subsidie-euro veel hoger dan de opbrengst van een windpark op de Noordzee of een PV-veld in een Nederlands weiland.

Een van de hete hangijzers op COP21 is de hoogte van het bedrag dat rijke landen gaan betalen voor dit soort van investeringen in ontwikkelingslanden, en welke betalingen mogen meetellen. Het is evident dat een Nederlandse subsidiëring van zonnecentrales in landen als Marokko, Egypte, Jordanië, India, Mexico, enz.  mee zal mogen tellen.

Er is een  argument om juist Tunesië te kiezen als speerpunt voor een Nederlands mondiaal klimaatbeleid. Tunesië is bezig om als enig Arabisch land op succesvolle wijze een democratie op te bouwen en is hiervoor beloond met de Nobelprijs voor de vrede. Dit land verdient onze steun bij de opbouw van een geciviliseerde, welvarende samenleving. Met de bouw van zonnecentrales vergroten we de werkgelegenheid aldaar en bieden we een moreel tegenwicht tegen het islamisme. Een positief antwoord op de ideologie van de radicale islam is juist nu meer dan geboden.

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft de kennis, de expertise en de financiële slagkracht  om de elektriciteitsvoorziening in een zonnig land (zoals Tunesië ) in 15 jaar tijd vrijwel volledig duurzaam te maken.

Advies van Stichting GEZEN aan de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (RLi)

Op 9 december 201§4 heeft de minister van Economische Zaken Henk Kamp advies gevraagd aan de RLi dat de basis moet vormen voor het Energierapport 2015 van het kabinet.
De RLi heeft op haar beurt advies gevraagd aan alle belanghebbenden in een consultatieronde. Op 31 mei 2015  heeft de Stichting GEZEN een adviestekst toegestuurd naar het RLi. GEZEN legt hierin de nadruk op:
1. De nieuwe kolencentrales en hun consequenties op het klimaatbeleid.
2. Grootschalige zonne-energie in Griekenland, het Helios-Project.
3. Grootschalige zonne-energie uit Zuid-Europa en Noord-Afrika voor Europa en Nederland.
4. Het grootste probleem: energieopslag op lange termijn.

Op 24 september 2015 is het definitieve advies van RLi aan minister Kamp overhandigd.

Naar onze mening is het rapport degelijk en evenwichtig. Onze aanbeveling om veel aandacht te schenken aan zonnebrandstoffen is op tal van plaatsen in het rapport terug te vinden. Maar de noodzaak om zonnestroom uit het Zuiden in te voeren wordt helaas nergens genoemd. Er is nog veel werk te doen voor de Stichting GEZEN.

Jan Terlouw spreekt D66 toe

In september 2014 zijn door de organisatie Duurzame Dinsdag prijzen uitgereikt aan Nederlanders die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de noodzakelijke transitie naar een duurzame economie.
Een van de prijswinnaars is Jan Terlouw, natuurkundige, politicus en schrijver. Vanaf het moment dat ik hem op de hoogte stelde van het belang van zonne-energie, en vooral de grootschalige zonne-energie, in 2004, heeft Jan bij allerlei gelegenheden de toen in vergetelheid geraakte CSP-technologie gepropageerd.

Op 1 november 2014 heeft Jan Terlouw het 100ste landelijk congres van D66 toegesproken, zie https://d66.nl/congres-archief/congres-speeches.
Vanuit zijn ervaring en wijsheid heeft hij de huidige generatie van politieke machthebbers aangespoord om haast te
maken met de belangrijkste hervorming, de overgang naar een wereld zonder vervuiling en verspilling.

Het heeft geholpen, want in de daaropvolgende speech van partijleider Alexander Pechtold werd veel aandacht aan duurzaamheid gegeven. En kort tevoren werd op het congres een motie aangenomen met de volgende tekst:

Het D66 congres op 1 november 2014 bijeen te ‘s-Hertogenbosch,

Spreekt als haar mening uit dat:

duurzaamheid in de meest brede zin (i.e. klimaatbeleid, biodiversiteit, energietransitie en een circulaire economie) behoort tot de topprioriteiten van de nieuwe D66 hervormingsagenda;

Verzoekt de Tweede en Eerste Kamerfractie van D66 om:

deze ambitie inhoud te geven en uit te dragen.

En gaat over tot de orde van de dag.

Transporteer zonnestroom naar het noorden

In dagblad Trouw van 13 augustus 2014 werd een artikel geplaatst van prof. W. Sinke met als titel ‘Zonnestroom is even kansrijk als windenergie’. Namens Gezen reageerde Evert du Marchie van Voorthuysen met onderstaand bericht dat op 15 augustus werd geplaatst.

Professor Wim Sinke  erkent dat Nederland wegens ruimtegebrek duurzame energie zal blijven importeren (Trouw, 13 augustus),  maar  ziet geen reden om in zonnecentrales in de Sahara te investeren.  Er zijn echter twee  goede redenen om juist wel vanuit Nederland zonnecentrales te bouwen in landen waar de zon veel meer schijnt. Naast ruimtegebrek is er volgens Sinke ook nog  het onopgeloste probleem van de energieopslag.

De zonnespiegelcentrales in Spanje slaan op grote schaal warmte op en kunnen dus stroom leveren naar behoefte. Daar is het opslagprobleem wel opgelost. Er bestaan plannen voor een Europees netwerk van hoogspannings-gelijkstroomkabels om zonnestroom van Zuid naar Noord te transporteren. Redenen te over om juist wel te investeren in grootschalige zonne-energie in Zuid-Europa.