Zonne-energie en water in Egypte, een verkenningsreis

Egypte is een van de landen waarin de zon uitbundig schijnt, en waar 
waterschaarste heerst. Het land is dus uitermate geschikt om 
zonnecentrales te bouwen, maar ook om de WaterWin van Solaq BV toe te 
passen. De directe aanleiding voor het bezoek was de uitnodiging van 
Kees Hulsman, de directeur van het Center for Arabic – West 
Understanding in Cairo, om te spreken op de door hem georganiseerde 
conferentie over de watersituatie in de oases en de woestijn.
Ik heb twee doelstellingen:
1. Werken aan de totstandkoming van een 10 MW CSP centrale in Siwa
2. Samenwerking opzetten tussen Solaq en een Egyptische partij om de 
WaterWin technologie van Solaq verder te ontwikkelen en uit te testen.
In de loop van de reis doe ik een culturele ontdekking.

Zonne-energie en water in Egypte, een verkenningsreis

Mondiale Energietransitie

De belangrijkste reden om kolen, olie en gas te vervangen door zon, wind, geothermie, enz. is de noodzakelijke vermindering van de CO2-uitstoot. Dit moet overal gebeuren, in alle landen, want anders is het effect te gering om de opwarming op Aarde te stoppen.
Snel groeiende ontwikkelingslanden hebben het extra moeilijk, want zij moeten extra hard investeren, maar hebben meestal onvoldoende kapitaal.
Maar de zonnige landen hebben het weer gemakkelijk, want zonne-energie is daar al vrijwel rendabel. Gecombineerde CSP-zonnespiegelcentrales met warmteopslag en velden met PV-zonnepanelen leveren in combinatie 24 uur per dag elektriciteit. Op wereldschaal ligt het daarom voor de hand om nu voorrang te geven aan een snelle vervanging van alle gas- kolen-en oliecentrales in de zonnige landen door zonnecentrales, en de rijke landen moeten dit proces met alle middelen steunen. De rijke landen hebben zich in het klimaatakkoord van Parijs reeds verplicht om deze steun te gaan leveren.
Een land waaraan Nederland zijn bijzondere aandacht aan zou kunnen geven is Egypte.

 

GEZEN vraagt Shell om te gaan investeren in Power-To-Gas (P2G)

24 mei 2016

Op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Shell van  24 mei 2016 werden door Evert van Voorthuysen de volgende vragen gesteld:

‘My name is Evert van Voorthuysen, GEZEN Foundation for Utility-Scale Solar Energy and member of Follow-This.

I read your Sustainability Report 2015 with great interest. My compliments for the clear presentation of the environmental and social aspects of our company in this Report. The Report was reviewed by independent experts, the External Review Committee. The  Sustainability Report covers many subjects ranging from the environment to indigenous peoples.  It is quite remarkable that the subject that is criticized most by the  External Review Committee concerns the way how Shell deals with climate change.

 

I quote from the reaction of the Review Committee:

“In our view, the report does not adequately convey the urgency of the energy transition in light of the 2015 Paris Agreement to keep the global temperature rise well below 2 °C above preindustrial levels and to pursue efforts to limit it to 1.5 °C. The ERC encourages Shell to disclose more precisely how its strategy aligns with this global ambition and to provide more disclosure on Shell’s thinking on the role of natural gas (and other fossil fuels) beyond 2050. “

 

and

 

“The ERC encourages Shell to more clearly articulate short- and medium-term (up to five years) and longer-term (five to 20 years) goals detailing a robust and comprehensive low-carbon transition strategy.”

I fully agree with this reaction.  I have two questions.

The energy transition deals with Low-Carbon Energy investment. On page 18 of the Sustainability Report  I read that about 1.1 billion dollars were  invested over the past six years, about 200 million per year. This is a remarkable small fraction of the annual turnover, less than one in thousand.

 My first question is:

“How can you convince us, the long-term shareholders, that it is a wise policy to invest so little in technology that will become  so crucial for our company in the future”?

Concerning my second question, we are seeing an enormous cost reduction of solar energy. In Dubai a 800 MW solar power station is going to be built which will sell electricity for less than 3 cents per kilowatt-hour.  We cannot beat this anymore  by pumping up oil and gas. But we can play a crucial role in the storage of solar energy, and we are in a perfect position to do this. The name of the technology is Power-To-Gas. It can be applied for the storage of superfluous solar energy  during the summer,   So Shell can play an essential role in the storage of renewable energy, by investing in Power To Gas technology. Shell can stay in business, remain great, without any pumping.

My second question:

“According to the  Sustainability Report 2015 there are not yet  R&D or investment activities in Power to Gas. Are you planning to enter into this very  important technology?” ‘

De CEO van Shell, Ben van Beurden, geeft het volgende antwoord: ‘Shell heeft een uitstekende samenwerking met het External Review Committee. Zonne-energie nu inderdaad de goedkoopste manier om elektriciteit te produceren. Shell werkt al aan energieopslag in waterstof. Maar P2G met methaan is te duur, dus dat gebeurt niet.’

Wij hebben het volgende commentaar op dit antwoord.

Dat Shell aan waterstoftechnologie werkt is prima. In ieder scenario voor opslag van hernieuwbare energie speelt waterstof een onmisbare rol. Als het lukt om grote hoeveelheden waterstof als gas onder hoge druk, of als gekoelde vloeistof, een half jaar op te slaan, kan een volledig duurzame elektriciteitsvoorziening wordt gerealiseerd op basis van zonne-energie en wind. De technische problemen die hierbij moeten worden opgelost zijn echter immens.

Het lijkt ons verstandiger om een stap verder te gaan. Het is mogelijk om uit waterstof en ingevangen CO2 methaan te produceren zonder dat dit extra energie kost, de zg. Sabatier-reactie (zie op deze website, NIEUWS februari 2016). Methaan is gemakkelijk ondergronds op te slaan, het is immers vrijwel identiek aan aardgas.

De belangrijkste producten van Shell zijn vloeibare brandstoffen voor de transportsector. Die kun je  produceren uit aardolie en aardgas, de huidige praktijk. De nadelen, vooral op de langere termijn, zijn bekend: een voortdurende CO2-uitstoot, en een toenemend probleem om nieuwe voorraden aardolie en aardgas te vinden.

Je kunt vloeibare brandstoffen ook produceren uit methaan, en als  het methaan met P2G is geproduceerd, en de power afkomstig is van zon en wind, is dit een volkomen duurzame gang van zaken.

Van Beurden stelt in zijn antwoord een onredelijke eis aan een nieuwe technologie zoals P2G, namelijk dat de activiteiten al op korte termijn winstgevend moeten zijn. Dat lukt vrijwel nooit. Iedere nieuwe technologie doorloopt een leercurve. Een bedrijf met vooruitziende blik ontwikkelt de nieuwe technologieën die waarschijnlijk onmisbaar zijn in de toekomst, en neemt de aanloopverliezen voor lief.

We moeten helaas constateren dat Shell er bewust voor heeft gekozen om te blijven boren en pompen tot Sint Juttemis. Met het grote risico dat de concurrenten de stap naar duurzame brandstoffen via de P2G-route wel gaan nemen. En dat daardoor Shell van de kaart zal worden geveegd, net zoals met Kodak is gebeurd.

 

D66 wil Tunesië helpen bij de energietransitie

Op initiatief van Evert van Voorthuysen heeft het landelijk congres van de politieke partij D66 de volgende motie aangenomen:

 

“Het congres van D66 in vergadering bijeen op zaterdag 16 april 2016 te Arnhem,

Overwegende dat:

De noodzakelijke beperking van de temperatuurstijging op Aarde een energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energieopwekking vereist die in alle landen ter wereld moet worden uitgevoerd;

Nederland zich op de klimaatconferentie van Parijs verplicht heeft om financieel bij te dragen aan de energietransitie in ontwikkelingslanden;

Het democratiseringsproces in bijvoorbeeld Tunesië onze steun aan de energietransitie in juist dat land rechtvaardigt;

Spreekt uit dat:

Dat Nederland ook in ontwikkelingslanden moet proberen om bij te dragen aan de energietransitie;

En verzoekt de fracties van de Tweede en Eerste Kamer:

Om te bezien hoe met het Ontwikkelingssamenwerkingsbudget de energietransitie in een of meerdere ontwikkelingslanden een sterke impuls gegeven kan worden;

En gaat over tot de orde van de dag.”

Evert is actief in de werkgroep Energie en Klimaat van D66. De redenen om juist Tunesië te helpen bij de transitie van fossiele energiebronnen naar duurzame bronnen, vooral zonne-energie, staan vermeld in het Nederlands-Tunesisch Zonne-Energie Plan.

 

Warm onthaal van het Nederlands-Tunesisch Zonne-Energie Plan door de Tunesische ambassadeur

Van de Tunesische ambassadeur in Den Haag ontvingen wij de volgende email:
Dear Mr van Voorthuysen,
 
First, I was pleased to meet you at Utrecht at the D66 Day, and in this context I would like to convey to you my sincerest thanks for choosing my country for your project of cooperation in the field of solar energy,  which in my view is very interesting.
 
Secondly, and in this regard, I would like also to thank so much for sending a copy of this project.
 
Finally, hoping that this project will start-up in the near future, let me assure you of  the full availability of  the Embassy in case of need, and to wish you more success and prosperity in your activities.
With my kindest regards.
 
Karim BEN BECHER
Embassador of Tunisia in The Netherlands and Danemark

Verspreiding van het Nederlands-Tunesisch Zonne-Energie Plan

De tekst van het Nederlands-Tunesich Zonne-energieplan is toegestuurd aan de volgende bewindslieden, die allemaal aanwezig zijn op de klimaatconferentie COP21 in Parijs:
Staatssecretaris Dijksma, Minister-president Rutte, Minister Ploumen, Burgemeester Aboutaleb, Minister-president  Eman (Aruba), Minister De Meza (Aruba) en Minister Camelia-Römer (Curaçao).
Daarnaast is het plan toegestuurd aan de 12 parlementariërs die actief zijn op de klimaatconferentie.