Gezen stuurt Minister Kamp brief over Helios project

Op 8 mei stuurde GEZEN aan Minister kamp een brief om hem te wijzen op de voordelen van het Helios-project. Hieronder volgt de tekst. Hier is de PDF te vinden.

 

Aan Z.E. de heer H. Kamp
Minister van Economische Zaken
Postbus 20401
2500 EK Den Haag

Groningen, 8 mei 2015

Geachte Heer Kamp,

In deze open brief, waarvan we de tekst zullen publiceren op onze website, verzoeken wij u om in aanvulling op het Energieakkoord SDE+ subsidie beschikbaar te stellen voor grootschalige zonne-energie (PV-centrales) in Griekenland, met het doel i) realisatie van het verplichte aandeel aan duurzame energie in 2020, ii) versterking van de Griekse economie, wat ook in het belang van Nederland is, iii) creatie van een nieuwe bron van duurzame energie voor Europa, op termijn ook voor Nederland, iv) bevordering van de werkgelegenheid in beide landen. Een op zeer korte termijn uitgesproken intentieverklaring van Nederland om te willen helpen bij de versterking van Griekse economie zal een positief effect hebben op de huidige onderhandelingen met Griekenland.

De noodzakelijke transitie van de energievoorziening van fossiele grondstoffen naar hernieuwbare energiebronnen wordt in sterke mate op een kleine, lokale schaal gerealiseerd. Daar is niets mis mee, ware het niet dat gedecentraliseerde energieopwekking in de dicht bevolkte Noord-West Europese landen ten enen male onvoldoende is om aan de energievraag van de eigen bevolking te voldoen. Maar ook grootschalige duurzame energieopwekking op eigen bodem en eigen zeeën is onvoldoende om aan de uiteindelijke doelstelling, een nagenoeg volledige fossiel-vrije 1energievoorziening, te voldoen. Dit feit is overtuigend aangetoond door professor David MacKay in zijn boek Sustainable Energy – Without the Hot Air.1)

MacKay heeft als Chief Scientific Advisor van het Britse ministerie van energie en klimaatverandering grote invloed gehad op het energiebeleid van uw collega’s in het Verenigd Koninkrijk. Ook op de betrekkelijk korte termijn die relevant is in de dagelijkse politiek in Nederland geldt de door professor MacKay gesignaleerde problematiek. De Algemene Rekenkamer heeft onlangs in het rapport Stimulering van duurzame energieproductie (SDE+)2) gesteld dat Nederland bij ongewijzigd beleid de doelstellingen van het Energieakkoord hoogstwaarschijnlijk niet zal halen en daarmee in gebreke zal zijn jegens de afgesproken verplichtingen binnen de Europese Unie. Wij willen u voorstellen om het energiebeleid zoals dat gestalte heeft gekregen in het Energieakkoord aan te vullen. Wij zien hierbij geen reden om energie anders te  behandelen dan andere economische goederen. Als liberaal bent u ongetwijfeld op de hoogte van de economische Wet van Ricardo: “Produceer op de locatie waar de opbrengst het hoogst is, en pas handel toe om de welvaart van de wereld te verhogen.” Dankzij toepassing van deze wet is de welvaart in vrijwel de gehele wereld enorm toegenomen.De opbrengst van duurzame energieopwekking is bij uitstek afhankelijk van geografische omstandigheden, dus van de locatie. We nemen wind op land als voorbeeld. Windturbines hebben in Friesland een aanzienlijk grotere jaaropbrengst dan in Limburg.

Om de investeerders te verlokken om toch windturbines in Limburg te plaatsen heeft u het SDE+ basisbedrag in deze provincie ongeveer 30% hoger moeten stellen dan in Friesland. Iedere windturbine die in Limburg staat in plaats van in Friesland belast de Nederlandse stroomconsument de komende jaren met extra kosten en is een handeling die strijdig is met de Wet van Ricardo. Dit wordt gerechtvaardigd door de noodzakelijke min of meer eerlijke verdeling van de last van windturbines over de gehele Nederlandse bevolking.

We willen u nu attent maken op een ander voorbeeld dat qua volume van veel groter belang is dan wind op land in Nederland, nl. de duurzame elektriciteitsopwekking in Europa. Naast decentrale opwekking, zoals zonnepanelen op daken en afzonderlijke windturbines, is centrale opwekking van wezenlijk belang. De belangrijkste technologieën zijn wind op zee in Noord-Europa en zonnecentrales in Zuid-Europa. Wind op de Noordzee heeft een redelijk potentieel, maar het potentieel van zonnecentrales in Zuid-Europa is vrijwel onbeperkt. In de scenario’s van het Internationaal Energie-Agentschap (IEA) spelen PV-centrales (velden met zonnepanelen) en CSP-centrales (zonnespiegelcentrales) daarom een hoofdrol. In het Nederlandse Energieakkoord zijn investeringen in Zuid-Europese zonnecentrales echter volledig afwezig, ondanks het feit dat de Europese regelgeving dergelijke investeringen mee laat tellen in de doelstelling voor 2020, 14% aandeel duurzame energie in het totale Nederlandse energieverbruik. Om te kunnen vaststellen of het Energieakkoord optimaal is, dat wil zeggen consistent met de Wet van Ricardo, heeft het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) een aantal studies verricht onder de naam RES4LESS 3). Een van de conclusies is dat de kilowattuurkosten van een CSP-centrale in Spanje lager zijn dan van een windpark op de Noordzee. Wij vinden het daarom vreemd dat in het Nederlandse programma zoals vastgelegd in het Energieakkoord geen enkele ruimte is voor investeringen in grootschalige zonne-energie in Zuid-Europa.

We moeten constateren dat het Energieakkoord in strijd is met gezonde economische principes zoals die al 200 jaar lang gelden, en dat de Nederlandse stroomconsument meer moet betalen om de doelstelling voor 2020 te kunnen financieren dan nodig is. Bij wind op land bestaat een geldige reden om af te wijken van de Wet van Ricardo. Wij zijn echter van mening dat er in het geval van de grootschalige duurzame elektriciteitsopwekking in Europa geen goede reden is om deze economische wet te overtreden. Het werkgelegenheidsargument voor Nederlanders is nauwelijks relevant, alle projecten worden immers internationaal aanbesteed, zoals het hoort in Europa. Het Nederlandse bedrijfsleven kan stevig verdienen aan de investeringen in duurzame energie, op basis van kwaliteit, en onder toepassing van alle technologieën die relevant zijn en waarin expertise is opgebouwd. Dus ook technologieën die vrijwel alleen in het buitenland worden toegepast, zoals grootschalige zonne-energie. Wij hebben nu eenmaal, zoals bekend, een groot buitenland.

Wij realiseren ons terdege dat het Energieakkoord een compromis is, net zoals het Regeerakkoord dat is. Toch moet het Energieakkoord voortvarend worden uitgevoerd. Maar gegeven de waarschijnlijkheid dat de uitvoering van het Energieakkoord onvoldoende zal zijn om de doelstelling voor 2020 te halen, verzoeken wij u om nu reeds maatregelen te nemen om het akkoord aan te vullen, en hiermee niet te wachten tot de afgesproken evaluatie in 2016. Wij verzoeken u bij deze aanvulling ook te kijken naar opties die nu niet in het Energieakkoord voorkomen.

In de hoop en verwachting dat u ontvankelijk bent voor ons betoog, en bereid bent om de optie van het beschikbaar stellen van SDE+ subsidie voor duurzame energieopwekking in andere EU-lidstaten in overweging te nemen, in overeenstemming met de aanbeveling in het rapport van de Algemene Rekenkamer, willen wij u attent maken op één Zuid-Europees land in het bijzonder, namelijk Griekenland. De Griekse regering heeft in 2011 een ambitieus plan gepresenteerd, het Project Helios, 4). Dit plan behelst de aanleg van PV-centrales met een totaal piekvermogen van 10 GW op terreinen met een gezamenlijk oppervlak van 200 km2 die in staatseigendom zijn. De opgewekte elektriciteit wordt geëxporteerd naar Centraal-Europa.

Uitvoering van het Helios Project heeft de volgende voordelen:

  • Uitbreiding van de Europese duurzame energieopwekking met een technologie die vrijwel onbegrensd is;
  • Versterking van het continentale hoogspanningsnet, niet alleen voor het transport van zonnestroom van Zuid naar Noord, maar eveneens ten behoeve van windstroom van Noord naar Zuid;
  • Versterking van de Griekse economie (ook in ons belang) met een nieuw exportproduct van grote economische en maatschappelijke waarde;
  • Bijdrage aan de vermindering van de schuldenlast van Griekenland, zoals reeds in juni 2012 is voorgesteld, zie 5).

Hoewel het aandeel van zonne-energie in de Griekse elektriciteitsopwekking de laatste jaren flink gestegen is, tot een totale piekcapaciteit van 3 GW, betreft het alleen PV op daken van woningen en bedrijven. Van PV-centrales, d.w.z. uitgestrekte velden met honderden megawatt aan PV-capaciteit, is nog geen sprake in Griekenland. Van de ambitie die in 2011 werd getoond bij de presentatie van het Helios Project is nog weinig terechtgekomen.

Wegens de hierboven genoemde voordelen hebben wij de vrijheid genomen om het bijna in vergetelheid geraakte Helios Project weer onder de aandacht te brengen. Via de Griekse ambassade in Den Haag en de Nederlandse ambassade in Athene ligt het plan, met toelichting, momenteel op het bureau van uw collega op het Griekse ministerie van “Reconstruction of Production, Environment and Energy”. Alle Griekse functionarissen met wie we contact hebben gehad hebben tot dusver grote belangstelling getoond voor ons initiatief. Het belang van een revitalisering van het Helios Project wordt in Athene duidelijk ingezien. Maar in de huidige hectiek van de onderhandelingen met de EU, de ECB en het IMF en gezien de moeizame hervormingen die nodig zijn in Griekenland kan niet in redelijkheid worden verwacht dat de Griekse regering op korte termijn wezenlijke politieke en ambtelijke aandacht zal geven aan het Helios Project. Tenzij er een extra impuls komt vanuit het buitenland.Wij verzoeken u om deze impuls aan het Helios Project te geven. Dit enorme, duurzame project is immers in het belang van Europa, dus van Nederland. U kunt de eerste aanzet geven door SDE+ subsidie in het vooruitzicht te stellen voor grootschalige zonne-energie in Griekenland, voor PV-velden met een groot piekvermogen, d.w.z. meer dan 100 MW. De opgewekte stroom wordt verkocht aan het Griekse nationale net en aan de netten van buurlanden waarmee Griekenland via hoogspanningsleidingen in verbinding staat.

Mislukking van de huidige onderhandelingen met Griekenland heeft grote repercussies voor Europa en voor Nederland. Het is de verantwoordelijkheid van alle regeringen, dus ook het Nederlandse kabinet, om het hoofd koel te houden en alle handelingen te verrichten die de samenwerking met Griekenland herstellen en versterken. Wij doen daarom een dringend beroep op u om de Griekse regering op korte termijn in kennis te stellen van uw intentie om een deel van de Nederlandse duurzame energieopwekking uit te voeren op Grieks territoir door middel van het in het vooruitzicht stellen van SDE+
subsidie voor grote PV-centrales. Met deze vertrouwenwekkende maatregel kunt u het verschil maken.

Hoogachtend,

(Dr.E.H. du Marchie van Voorthuysen, directeur van de Stichting GEZEN)
1.
David J.C. MacKay, Sustainable Energy – Without the Hot Air, vrij beschikbaar
op http://www.withouthotair.com

2.
Algemene Rekenkamer, Rapport: Stimulering van duurzame energieproductie
(SDE+) 16 april 2015, http://www.rekenkamer.nl/dsresource?objectid=21812&type=org

3.
Francesco Dalla Longa et al. ECN, Cost-Efficient and Sustainable Deployment of
Renewable Energy Sources towards the 20% Target by 2020, and beyond,
Summary of case srudies for cooperation mechanisms, September 2012,
http://www.ecn.nl/docs/library/report/2013/o13015.pdf

4.
Ministry of Environment, Energy and Climate Change of the Hellenic Republic,
Project Helios, The Greek Solar Energy Project, November 2011,
http://www.gezen.nl/wordpress/wp-content/uploads/2015/04/Helios-Project-Presentation_nov2011_European-Parliament.pdf

5.
Marco Witschge et al. Uitweg voor de Eurocrisis – duurzame energie concessies.
Werk die staatsschulden weg met zon en wind NRC Handelsblad, 4 juni 2012,
http://www.gezen.nl/wordpress/uitweg-voor-de-eurocrisis-duurzame-energie-concessies/

 

Doelstellingen van de Stichting GEZEN (Statuten, art.2)

1 De stichting heeft ten doel: Het op ruime schaal bekendheid geven aan de grote voordelen van zonthermische krachtcentrales voor de oplossing van het mondiale energieschaarsteprobleem, het drinkwaterprobleem in de droge landen en het verzachten van de gevolgen van het antropogeen broeikaseffect. 2 De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door de volgende methodieken toe te passen:

1. voorlichting door middel van gedrukte en elektronische media 2. voorlichting op scholen, universiteiten, tentoonstellingen en andere instanties 3. de uitgave van brochures en het bedrijven van een website 4. de organisatie van conferenties en seminaria 5. gerichte beïnvloeding van regeringen, overheden, politici en (internationale) organisaties 6. voorlichting aan bedrijven

3 De stichting beoogt niet het maken van winst

Geef een antwoord