Herinneringen aan Wubbo Ockels

In 1977 werd in een groot aantal Europese kranten een advertentie geplaatst: ‘Gevraagd een natuurkundige, scheikundige of bioloog  met vijf jaar laboratoriumervaring om als Payload Specialist wetenschappelijk onderzoek te doen aan boord van het Europees Ruimtelaboratorium dat met  een Amerikaanse spaceshuttle in een baan om de aarde wordt gebracht’. Alleen al in Nederland solliciteerden 200 enthousiastelingen die net gepromoveerd waren, of nog met hun promotieonderzoek bezig waren, waaronder Wubbo Ockels en ik zelf. We kenden elkaar goed, want we waren collega’s op het Kernfysisch Versneller Instituut (KVI) van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met enkele andere Groningers kwamen we elkaar tegen op Soesterberg tijdens een intensieve tweedaagse medische en psychologische keuring, allemaal met de droom om ruimtevaarder te worden. Vrienden en familieleden hadden allemaal een uitgesproken mening: “wat leuk, wat spannend”, of: “je bent hartstikke gek, levensgevaarlijk.” Hoe gevaarlijk zou later blijken.

Ik werd na die keuring uit de selectie gegooid omdat ik niet voldoende stressbestendig was. Maar wat was ik jaloers op Wubbo toen hij samen met vier andere Nederlanders op het TV-journaal van 8 uur werd gepresenteerd als kandidaat ruimtevaarder voor de verdere selectie op Europees niveau! Op het KVI leefden we allemaal mee, en we werden steeds trotser op Wubbo. Hij vierde zijn promotie met een daverend feest op Ekenstein in Appingedam.

Na vele jaren wachten kwam de lancering in 1985. In de krant was gemeld dat de spaceshuttle op zijn eerste rondje  over Noord-Nederland zou vliegen. Twintig minuten na de lancering keek ik vanaf mijn balkon in Groningen naar boven, het was half bewolkt en al donker. Opeens zag ik hem vliegen, en er steeg een gejuich op uit tuinen en balkons, daar vliegt hij!

Bij de volgende vlucht explodeerde dezelfde spaceshuttle. Er moest een zware commissie, onder leiding van de beroemde nobelprijswinnaar Richard Feynman, aan te pas komen om de oorzaak boven water te krijgen. De brandstof van de spaceshuttle bestond uit vloeibaar waterstof en vloeibaar zuurstof. Onder bepaalde omstandigheden konden deze extreem koude vloeistoffen overstromen, en lekken langs rubberen afdichtringen. Dat rubber wordt dan keihard, verliest zijn elasticiteit, en gaat dan natuurlijk lekken, met catastrofaal gevolg. Het had tijdens de vlucht van Wubbo ook kunnen gebeuren.

Over de grote inzet van Wubbo Ockels voor duurzaamheid wordt nu overal geschreven. Hij stond welwillend tegenover de grootschalige zonne-energie, wat bleek uit het feit dat hij in het comité van aanbeveling van de Vereniging voor Zonnekrachtcentrales wilde gaan zitten. Ik beschouw als zijn belangrijkste verdienste dat hij  jonge mensen met een béta-aanleg ervan wist te overtuigen dat zij wezenlijk kunnen bijdragen aan de noodzakelijke verduurzaming van de economie.

Geef een antwoord