Het Zon-Wind-Gas Scenario als duurzaamste oplossing voor Nederland

 

Toegestuurd naar Trouw op 16 mei 2016, maar niet geplaatst.

In een hartverwarmende mondiale eensgezindheid ondertekenden 171 landen op Earth Day, 22 april, het klimaatverdrag van Parijs. Hiermee bindt de wereld de strijd aan tegen de klimaatverandering, de grootste bedreiging van de mensheid. Het volk verwacht nu leiding van de regering; het leveren van veiligheid is immers de kerntaak van de overheid.

 

Maar, helaas, in Nederland wordt daar heel anders over gedacht. Minister Kamp geeft in het “Energierapport – Transitie naar  Duurzaam”, dat hij begin dit jaar heeft gepubliceerd, een keurig overzicht van alle mogelijkheden, met maar liefst 22 energiescenario’s voor 2050 waarin de kool en de geit worden gespaard; heldere keuzes worden niet gemaakt.

 

Dat moet anders. Er moet een Rijksdienst voor Energie en Klimaat komen, zoals in het verleden de Dienst Zuiderzeewerken en de Dienst Deltawerken, met als taak het voeren van de regie over een ambitieus, aansprekend en effectief plan. Het Zon-Wind-Gas Scenario, dat wij afgelopen jaren hebben ontwikkeld, is zo’n plan. Dit scenario is niet alleen voor Nederland relevant, maar ook voor onze Europese buurlanden.

 

Zonne-energie en windenergie worden onze voornaamste energiebronnen. Alle daken die daar maar enigszins geschikt voor zijn worden voorzien van zonnepanelen (voor elektriciteit) en zonnecollectoren (voor warmte). De opbrengst is dan nog steeds veel te laag, daarom moet 5 tot 10% van het landoppervlak worden bedekt met zonnepanelen. Windturbines, die voornamelijk op zee zullen staan, voorzien in ongeveer een derde deel van de energiebehoefte van huishoudens, bedrijven en transportmiddelen.

 

Het grootste probleem is niet financieel (de technologie wordt immers steeds goedkoper), maar de wisselende beschikbaarheid van de zon en de wind. Het is een absolute eis dat de hernieuwbare energie kan  worden opgeslagen, zowel voor een korte periode  (overbrugging van dag en nacht, wat goed kan met batterijen) als voor een  lange periode (overbrugging van zomer en winter). De opbrengst van de zonnepanelen is immers  ‘s winters een factor 10 lager dan in de zomer.

 

In het Zon-Wind-Gas Scenario speelt methaan, het gas dat we kennen als het voornaamste bestanddeel van aardgas, de hoofdrol in de opslag voor de lange periode. Het overschot aan zonne-energie in de zomer wordt  benut om in gasfabrieken uit water (H2O) en koolstofdioxide (CO2) methaan (CH4) te produceren, dat wordt opgeslagen in bestaande aardgasvelden. Deze technologie staat bekend als  Power-to-Gas (P2G). In de winter wordt het methaan verbrand in elektrische centrales. Deze centrales staan verspreid nabij bevolkingscentra en  in  tuinbouwgebieden waardoor de afvalwarmte via warmtenetten aan huishoudens en kassen kan worden geleverd. De kooldioxide die hierbij ontstaat wordt terug gevoerd naar de gasfabrieken, in een gesloten circulair systeem met opslagcapaciteit.  De warmtenetten worden daarnaast gevoed met warmte uit bijv. geothermie. Het methaan wordt tevens in de industrie gebruikt om o.a. vloeibare brandstoffen voor de transportsector te maken.

De woningen en gebouwen in de gebieden zonder warmtenet  worden extra geïsoleerd en verwarmd met elektrische warmtepompen.

 

Door een deel van de zonne-energie op te wekken in zonnespiegelcentrales in Zuid-Europa en Noord Afrika hoeft er minder geïnvesteerd te worden in batterijen. Ook de behoefte aan P2G daalt aanzienlijk omdat het verschil tussen de zomeropbrengst en de winteropbrengst veel kleiner is dan in Nederland.

 

Alle technologie die in  het Zon-Wind-Gas  Scenario gebruikt wordt is bewezen en getest. Er is geen enkele reden waarom we zouden wachten met de implementatie. Wachten is op den duur veel kostbaarder dan een onmiddellijke uitvoering van de voor dit scenario benodigde  investeringen.

 

Dr. Evert du Marchie van Voorthuysen, directeur van de Stichting GEZEN (Grootschalige Exploitatie van Zonne-ENergie)

Drs. Bert Landman, onafhankelijk consultant        .

Drs. Simon Kalf, voorzitter ASPO-NL

 

Ramp

Medio 2016 beschreef ik het volgende rampenscenario: eerst de Brexit, daarna Trump in het Witte Huis en tenslotte Marine le Pen in het Elysee. Twee-derde deel hiervan is nu een feit geworden.

Woensdag 9 november, de dag na de Amerikaanse verkiezingen, verkeerde ik in een halve shock, en was ik nauwelijks in staat om nuttig werk te doen. Dat in de oudste en grootste democratie van de westerse wereld een narcistische, racistische, seksistische, leugenachtige, en dus volstrekt niet-integere  bullebak wordt gekozen om het land de komende vier jaar te leiden is en blijft verbijsterend.

Democratieën bevatten de mogelijkheid van zelfvernietiging. In Duitsland gebeurde dit toen Hitler de verkiezingen won. Net als toen in Duitsland heeft ongeveer de helft van het electoraat gekozen voor De Sterke Man, de man die precies weet wie je de schuld kunt geven van alles wat misgaat. De man die aanwijst wie niet meer mee mag doen. Dit is geen populisme meer, maar fascisme, neo-fascisme. De knokploegen ontbreken nog, maar het politiegeweld tegen de afro-amerikanen zal ongetwijfeld toenemen.

Maar het ergste heb ik in Trouw onder woorden gebracht, maandag, toen er nog hoop was dat de redelijke krachten op de wereld zouden winnen.

trouw-9november2016

Trouw-9 november 2016

Trouw-9 november 2016

Zoals te verwachten valt stond Geert Wilders te juichen toen Trump had gewonnen. Wilders ontkent net als Trump het gevaar van de klimaatverandering. Hoe voorkomen we dat eerst in Nederland, en daarna in Frankrijk de fascisten aan de macht komen?

De zorgen van “Henk en Ingrid” over wat zij zien als een ongebreidelde immigratie van buitenlanders werden tot voor kort door de zg. elite genegeerd. Maar deze zorgen zijn wel degelijk legitiem. Het concept van de internationale grens is en blijft van grote betekenis, lees bv. Paul Scheffer “De vrijheid van de grens”. De discussie is niet of we iedereen maar in Europa moeten toelaten; alleen wereldvreemde mensen willen dit nog. De discussie gaat er over of de grens wordt getrokken om de nationale staten, zoals Wilders c.s. willen, of om de Europese Unie.

Ik bepleit een samenwerking tussen PvdA, Groen Links en D66 met als kernpunten:

1. Een radicaal groen programma.
2. Bestrijding van de economische ongelijkheid: progressieve vermogensbelasting met aftrek voor groene investeringen.
3. Onverkorte handhaving van de rechtsstaat.
4. Versterking van de Europese Unie, ook militair, vooral van belang nu de VS onbetrouwbaar is geworden.
5. Open blik naar de wereld (maar aan de EU-grens wordt de ongeregelde immigratie gestopt).
6. Versterking van het onderwijs en de burgerschap-educatie.

Misschien komt het dan toch nog goed in Nederland, Europa en de wereld.

GEZEN vraagt Shell om te gaan investeren in Power-To-Gas (P2G)

24 mei 2016

Op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Shell van  24 mei 2016 werden door Evert van Voorthuysen de volgende vragen gesteld:

‘My name is Evert van Voorthuysen, GEZEN Foundation for Utility-Scale Solar Energy and member of Follow-This.

I read your Sustainability Report 2015 with great interest. My compliments for the clear presentation of the environmental and social aspects of our company in this Report. The Report was reviewed by independent experts, the External Review Committee. The  Sustainability Report covers many subjects ranging from the environment to indigenous peoples.  It is quite remarkable that the subject that is criticized most by the  External Review Committee concerns the way how Shell deals with climate change.

 

I quote from the reaction of the Review Committee:

“In our view, the report does not adequately convey the urgency of the energy transition in light of the 2015 Paris Agreement to keep the global temperature rise well below 2 °C above preindustrial levels and to pursue efforts to limit it to 1.5 °C. The ERC encourages Shell to disclose more precisely how its strategy aligns with this global ambition and to provide more disclosure on Shell’s thinking on the role of natural gas (and other fossil fuels) beyond 2050. “

 

and

 

“The ERC encourages Shell to more clearly articulate short- and medium-term (up to five years) and longer-term (five to 20 years) goals detailing a robust and comprehensive low-carbon transition strategy.”

I fully agree with this reaction.  I have two questions.

The energy transition deals with Low-Carbon Energy investment. On page 18 of the Sustainability Report  I read that about 1.1 billion dollars were  invested over the past six years, about 200 million per year. This is a remarkable small fraction of the annual turnover, less than one in thousand.

 My first question is:

“How can you convince us, the long-term shareholders, that it is a wise policy to invest so little in technology that will become  so crucial for our company in the future”?

Concerning my second question, we are seeing an enormous cost reduction of solar energy. In Dubai a 800 MW solar power station is going to be built which will sell electricity for less than 3 cents per kilowatt-hour.  We cannot beat this anymore  by pumping up oil and gas. But we can play a crucial role in the storage of solar energy, and we are in a perfect position to do this. The name of the technology is Power-To-Gas. It can be applied for the storage of superfluous solar energy  during the summer,   So Shell can play an essential role in the storage of renewable energy, by investing in Power To Gas technology. Shell can stay in business, remain great, without any pumping.

My second question:

“According to the  Sustainability Report 2015 there are not yet  R&D or investment activities in Power to Gas. Are you planning to enter into this very  important technology?” ‘

De CEO van Shell, Ben van Beurden, geeft het volgende antwoord: ‘Shell heeft een uitstekende samenwerking met het External Review Committee. Zonne-energie nu inderdaad de goedkoopste manier om elektriciteit te produceren. Shell werkt al aan energieopslag in waterstof. Maar P2G met methaan is te duur, dus dat gebeurt niet.’

Wij hebben het volgende commentaar op dit antwoord.

Dat Shell aan waterstoftechnologie werkt is prima. In ieder scenario voor opslag van hernieuwbare energie speelt waterstof een onmisbare rol. Als het lukt om grote hoeveelheden waterstof als gas onder hoge druk, of als gekoelde vloeistof, een half jaar op te slaan, kan een volledig duurzame elektriciteitsvoorziening wordt gerealiseerd op basis van zonne-energie en wind. De technische problemen die hierbij moeten worden opgelost zijn echter immens.

Het lijkt ons verstandiger om een stap verder te gaan. Het is mogelijk om uit waterstof en ingevangen CO2 methaan te produceren zonder dat dit extra energie kost, de zg. Sabatier-reactie (zie op deze website, NIEUWS februari 2016). Methaan is gemakkelijk ondergronds op te slaan, het is immers vrijwel identiek aan aardgas.

De belangrijkste producten van Shell zijn vloeibare brandstoffen voor de transportsector. Die kun je  produceren uit aardolie en aardgas, de huidige praktijk. De nadelen, vooral op de langere termijn, zijn bekend: een voortdurende CO2-uitstoot, en een toenemend probleem om nieuwe voorraden aardolie en aardgas te vinden.

Je kunt vloeibare brandstoffen ook produceren uit methaan, en als  het methaan met P2G is geproduceerd, en de power afkomstig is van zon en wind, is dit een volkomen duurzame gang van zaken.

Van Beurden stelt in zijn antwoord een onredelijke eis aan een nieuwe technologie zoals P2G, namelijk dat de activiteiten al op korte termijn winstgevend moeten zijn. Dat lukt vrijwel nooit. Iedere nieuwe technologie doorloopt een leercurve. Een bedrijf met vooruitziende blik ontwikkelt de nieuwe technologieën die waarschijnlijk onmisbaar zijn in de toekomst, en neemt de aanloopverliezen voor lief.

We moeten helaas constateren dat Shell er bewust voor heeft gekozen om te blijven boren en pompen tot Sint Juttemis. Met het grote risico dat de concurrenten de stap naar duurzame brandstoffen via de P2G-route wel gaan nemen. En dat daardoor Shell van de kaart zal worden geveegd, net zoals met Kodak is gebeurd.

 

Reactie op Stephan Slingerland (in Trouw, 26 april 2016)

In Trouw van 28 april 2016 is een ingezonden brief van Evert van Voorthuysen geplaatst met de volgende tekst

Energietransitie

Het afschaffen van de fossiele energiebronnen in Nederland vergt politieke oplossingen en politici met lef, aldus Stephan Slingerland in Trouw van 26 april. Hij is echter  te pessimistisch over de economische baten van de groene alternatieven voor olie, aardgas en kolen.

De energietransitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen vergt weliswaar  enorme  investeringen, maar die zullen de economie en daarmee de werkgelegenheid juist wel enorm stimuleren. Minister Kamp  moet daarom met een duidelijk plan komen waarin, in tegenstelling tot zijn Energierapport,  wel heldere keuzes worden gemaakt waarop  het bedrijfsleven kan inspelen. Energietransitie is geen negatief, maar een positief verhaal.

Evert du Marchie van Voorthuysen, Groningen

D66 wil Tunesië helpen bij de energietransitie

Op initiatief van Evert van Voorthuysen heeft het landelijk congres van de politieke partij D66 de volgende motie aangenomen:

 

“Het congres van D66 in vergadering bijeen op zaterdag 16 april 2016 te Arnhem,

Overwegende dat:

De noodzakelijke beperking van de temperatuurstijging op Aarde een energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energieopwekking vereist die in alle landen ter wereld moet worden uitgevoerd;

Nederland zich op de klimaatconferentie van Parijs verplicht heeft om financieel bij te dragen aan de energietransitie in ontwikkelingslanden;

Het democratiseringsproces in bijvoorbeeld Tunesië onze steun aan de energietransitie in juist dat land rechtvaardigt;

Spreekt uit dat:

Dat Nederland ook in ontwikkelingslanden moet proberen om bij te dragen aan de energietransitie;

En verzoekt de fracties van de Tweede en Eerste Kamer:

Om te bezien hoe met het Ontwikkelingssamenwerkingsbudget de energietransitie in een of meerdere ontwikkelingslanden een sterke impuls gegeven kan worden;

En gaat over tot de orde van de dag.”

Evert is actief in de werkgroep Energie en Klimaat van D66. De redenen om juist Tunesië te helpen bij de transitie van fossiele energiebronnen naar duurzame bronnen, vooral zonne-energie, staan vermeld in het Nederlands-Tunesisch Zonne-Energie Plan.

 

100% duurzame en betrouwbare energievoorziening voor Nederland

15 februari 2016

De politieke partij D66 heeft een visie gepubliceerd over de duurzame energievoorziening in de toekomst met de titel:  “D66 geeft Nederland Nieuwe Energie“. Op blz. 11 is een scenario gepubliceerd dat staat als een huis. Het scenario voldoet aan alle relevante  voorwaarden:

  1. >95 duurzaam (d.w.z. de CO2-uitstoot daalt met >95%);
  2. 100% betrouwbaar, dankzij het concept van Power-to-Gas en betrekkelijk kleine gascentrales in de steden en wijken;
  3. betaalbaar.

Alle componenten bestaan al, en de meeste componenten zijn door het leercurve-effect al goedkoop geworden. Power-to-Gas (P2G) is het minst bekend bij het grote publiek. Er wordt in Duitsland op grote schaal ervaring mee opgedaan. Er bestaan plannen om in Delfzijl een P2G-installatie van 12 MW te gaan bouwen.

Maar de Stichting GEZEN plaatst wel een kanttekening. De technische aanpak van zonne-energie en wind als primaire energiebronnen, in combinatie met chemische energieopslag in de vorm van Power-to-Gas (P2G) is uitstekend. Het is naar ons beste weten de eerste keer dat een denktank uit een politieke partij (en daar komt uiteindelijk de macht vandaan) met een helder en wetenschappelijk correct scenario komt. Daarom zijn wij enthousiast en hebben wij  de essentie van het D66-scenario hier visueel getoond.

Maar er zijn ook bezwaren tegen het Zon-Wind-Gas scenario zoals hier boven weergegeven. In dat scenario wordt alle grootschalige zonne-energie, de zonnepanelen op velden, in Nederland uitgevoerd. Dit vergt in totaal, volgens de schrijvers van “D66 geeft Nederland Nieuwe Energie”, 1500 km² aan terrein dat moet worden onttrokken aan de agrarische sector, dat is ruwweg 4 km² = 400 hectare per Nederlandse gemeente. We denken dat dit in ons dichtbevolkte land op onoverkomelijke problemen gaat stuiten.

De Stichting GEZEN verwelkomt het Zon-Wind-Gas scenario van D66, maar stelt voor om het zonne-energiedeel voornamelijk uit te voeren in de landen rondom de Middellandse Zee, kortweg, de Sahara.
Er is dan naast zon-PV (zonnepanelen) ook zon-CSP (zonnespiegelcentrales) mogelijk. GEZEN onderzoekt momenteel allerlei varianten, waarbij het P2G-deel van het scenario ook naar de Sahara gaat, eventueel ook met een deel van de gascentrales.

Blokschema Zon-Wind-Gas Overzicht

Schematische weergave hoe het scenario uitwerkt voor een zomerdag, een nacht en een winterdag

Zonnige landen kunnen het voortouw nemen

Nederland kan helpen met investeringen in ontwikkelingslanden met een zonnig klimaat.

Klimaatverandering valt niet meer te ontkennen. Het ene na het andere warmterecord sneuvelt, tot genoegen van de meeste Nederlanders, behalve de liefhebbers van de Elfstedentocht. En zeker niet tot genoegen van de bewoners van Singapore die lijden onder smog van de bosbranden in Indonesië. Of de boeren in Pakistan die wegens droogte nu al moeten wegtrekken. En dit is nog maar het begin.

Alle regeringen zijn het er over eens dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet sterker mag stijgen dan twee graden boven het pre-industriële niveau,  want bij een sterkere stijging zullen de rampen niet meer te overzien zijn. Het doel van de opeenvolgende klimaatconferenties is om een internationaal verdrag te sluiten waarin de landen zichzelf en elkaar verplichten om de uitstoot van broeikasgassen zodanig te reduceren dat de tweegradendoelstelling gehaald wordt. De klimaatconferentie COP21 die van 30 november tot 11 december in Parijs wordt gehouden moet tot zo’n verdrag leiden.

De aanzet is veelbelovend. Vrijwel alle landen (of groepen, de EU acteert hier als één land) hebben zoals eerder was afgesproken hun broeikasgasreductieplannen voor de periode tot 2030 ingediend. Dit hebben zij gedaan met een zogenaamde  “Intended Nationally Determined Contribution”, INDC.

Laten we optimistisch zijn, en aannemen dat (1) alle INDC’s in de periode 2015-2030 volgens plan worden uitgevoerd, en (2) de CO2-uitstoot na 2030 in een nog hoger tempo wordt verminderd. Op grond van de bestaande, steeds verfijndere klimaatmodellen kan dan berekend worden hoe groot de uiteindelijke temperatuurstijging op aarde zal zijn. Het verbijsterende resultaat is dan 2,7 tot 3 graden, veel meer dan de vereiste 2 graden.  De regenwouden van Brazilië zullen dan in een niet te blussen reeks van branden verloren gaan en veranderen in een woestijn, met een  definitieve  teloorgang van plantensoorten  en diersoorten  op een rampzalige schaal, aldus Mark Lynas in zijn boek “Zes Graden”.

Klimaatverandering valt niet meer te ontkennen. Het ene na het andere warmterecord sneuvelt, tot genoegen van de meeste Nederlanders, behalve de liefhebbers van de Elfstedentocht. En zeker niet tot genoegen van de bewoners van Singapore die lijden onder smog van de bosbranden in Indonesië. Of de boeren in Pakistan die wegens droogte nu al moeten wegtrekken. En dit is nog maar het begin.

Alle regeringen zijn het er over eens dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet sterker mag stijgen dan twee graden boven het pre-industriële niveau,  want bij een sterkere stijging zullen de rampen niet meer te overzien zijn. Het doel van de opeenvolgende klimaatconferenties is om een internationaal verdrag te sluiten waarin de landen zichzelf en elkaar verplichten om de uitstoot van broeikasgassen zodanig

Met deze constatering  moet het voor iedereen die een leefbare wereld wil nalaten aan zijn/haar kinderen, dus voor ieder redelijk mens, evident zijn dat de reductie van de CO2-uitstoot in de periode tot 2030 veel groter moet worden dan de plannen die in de INDC’s zijn opgesomd.

Wat kunnen wij, Nederlanders, doen? Veel meer dan alleen maar ons eigen aandeel in de Europese INDC verhogen. Onze economie verwerkt en verbruikt energie, mineralen en agrarische producten uit de hele wereld, en hiermee creëren we welvaart voor ons zelf.   Onze verantwoordelijkheid reikt daarom veel verder dan ons eigen grondgebied. Wij moeten een bijdrage leveren aan de wereldwijde transitie van een koolstof-economie naar een duurzame, groene economie, die minstens  evenredig is aan onze economische omvang. Wij moeten dus acteren op een veel groter terrein dan alleen maar ons eigen landje en ons eigen stukje Noordzee. Nederland heeft daarom de morele plicht om de INDC van één of meerdere snelgroeiende ontwikkelingslanden ambitieuzer te maken.

Het toeval wil, dat vrijwel alle snel groeiende landen gezegend zijn met een zonnig klimaat, en dat er nu goede, betaalbare  technologieën beschikbaar zijn waarmee je de zonne-energie kunt oogsten. Dat zijn fotovoltaïsche energie (PV, de technologie van de zonnepanelen) en Concentrating Solar Power (CSP, de technologie van de zonnespiegelcentrales). Zonnepanelen zijn het goedkoopst, en leveren in Noord-Afrika elektriciteit voor slechts 6 dollarcent per kilowattuur, maar CSP heeft weer twee voordelen boven PV, want warmte kun je opslaan. Een zonnespiegelcentrale met warmteopslag kan dus ook na zonsondergang elektriciteit produceren. Daarnaast draagt de bouw van een zonnespiegelcentrale sterker bij aan de lokale economie dan het bedekken van een veld met zonnepanelen.

De opgave is om van nu af aan in zonnige, snel groeiende landen geen  kolencentrales, gascentrales of dieselgeneratoren meer te bouwen, maar de nieuwe stroomopwekking uitsluitend met PV, CSP, en wind uit te voeren, aangevuld met andere duurzame energiebronnen, indien

beschikbaar. Hierbij hebben deze landen de eerste jaren hulp nodig, technisch en organisatorisch, maar ook financieel. In de meeste zonnige landen  wordt momenteel elektriciteit opgewekt in centrales die draaien op goedkoop aardgas. Zonnecentrales en windparken kunnen hier nu nog niet tegen concurreren. Zij zullen alleen gebouwd worden als de onrendabele top in de productie wordt aangevuld met een subsidie naar voorbeeld van het Nederlandse SDE+ systeem. Vanuit het standpunt van de Nederlandse belastingbetaler of stroomconsument is zo’n investering gunstig; bij een Tunesische zonnecentrale bijvoorbeeld is de opbrengst aan CO2-besparing per subsidie-euro veel hoger dan de opbrengst van een windpark op de Noordzee of een PV-veld in een Nederlands weiland.

Een van de hete hangijzers op COP21 is de hoogte van het bedrag dat rijke landen gaan betalen voor dit soort van investeringen in ontwikkelingslanden, en welke betalingen mogen meetellen. Het is evident dat een Nederlandse subsidiëring van zonnecentrales in landen als Marokko, Egypte, Jordanië, India, Mexico, enz.  mee zal mogen tellen.

Er is een  argument om juist Tunesië te kiezen als speerpunt voor een Nederlands mondiaal klimaatbeleid. Tunesië is bezig om als enig Arabisch land op succesvolle wijze een democratie op te bouwen en is hiervoor beloond met de Nobelprijs voor de vrede. Dit land verdient onze steun bij de opbouw van een geciviliseerde, welvarende samenleving. Met de bouw van zonnecentrales vergroten we de werkgelegenheid aldaar en bieden we een moreel tegenwicht tegen het islamisme. Een positief antwoord op de ideologie van de radicale islam is juist nu meer dan geboden.

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft de kennis, de expertise en de financiële slagkracht  om de elektriciteitsvoorziening in een zonnig land (zoals Tunesië ) in 15 jaar tijd vrijwel volledig duurzaam te maken.

Warm onthaal van het Nederlands-Tunesisch Zonne-Energie Plan door de Tunesische ambassadeur

Van de Tunesische ambassadeur in Den Haag ontvingen wij de volgende email:
Dear Mr van Voorthuysen,
 
First, I was pleased to meet you at Utrecht at the D66 Day, and in this context I would like to convey to you my sincerest thanks for choosing my country for your project of cooperation in the field of solar energy,  which in my view is very interesting.
 
Secondly, and in this regard, I would like also to thank so much for sending a copy of this project.
 
Finally, hoping that this project will start-up in the near future, let me assure you of  the full availability of  the Embassy in case of need, and to wish you more success and prosperity in your activities.
With my kindest regards.
 
Karim BEN BECHER
Embassador of Tunisia in The Netherlands and Danemark