Te weinig, te laat, weer een mislukt jaar

In CSP-Bericht 2011-6 heeft Evert van Voorthuysen een overzicht gegeven van de stand van zaken toen.

PDF van dit artikel

De wereldproblemen stapelen zich op. Naast de bekende problemen: tekort aan goedkope fossiele energie, tekort aan water in steeds meer landen, tekort aan grondstoffen, opwarming van de aarde, millieuverontreiniging in de opkomende landen, enz. enz. is nu de wereldeconomie aan het haperen. In de westerse wereld blijken de consumenten structureel boven hun stand te leven, niet alleen wegens een te grote footprint, maar ook omdat er veel te grote bedragen zijn geleend voor onmiddellijke consumptie en top-hypotheken. De meeste westerse regeringen hebben hun staatsschuld laten oplopen terwijl de staatsinvesteringen die dit hadden kunnen rechtvaardigen  achterwege bleven. 

Ieder nuchter mens met een gezond verstand kon weten dat deze situatie niet houdbaar is. Maar de dominante stroming binnen de economische wetenschap hing een geloof aan, een ongefundeerd, en dus irrationeel geloof in de eeuwige groei. De productie zou blijven groeien en de  huizenprijzen zouden blijven stijgen tot in eeuwigheid. Alleen door een dergelijk bijgeloof zijn hypotheken van meer dan 100% te rechtvaardigen.
In feite maken we de eindfase van een pyramidespel mee. Tophypotheken zijn immoreel omdat de laatste instappers nu met enorme schulden zitten die in een krimpende economie met toenemende werkloosheid niet meer af te lossen zijn. Tophypotheken zijn onnodig, want veel instappers hebben ouders die in huizen met enorme overwaarde wonen (dankzij het pyramidespel), en die hun kinderen hadden kunnen helpen.

Het dominante paradigma in de economie en de politiek luidt dat wetenschap en  techniek in staat zijn om alle materiële problemen op het gebied van energie, klimaat, enz. op te lossen. Ik sluit me hierbij aan. Maar met deze constatering zijn we er niet. De oplossingen zijn grotendeels bekend, maar worden in een veel te laag tempo uitgevoerd. De jaarconsumptie van kolen, olie en gas en de bijbehorende CO2-uitstoot is afgelopen jaar onverminderd gestegen, ondanks de enorme groei in het aantal windparken, zonnepanelen, spiegelcentrales en andere hernieuwbare energiebronnen in 2011. Het investeringstempo in duurzame energiebronnen en in energiebesparing moet daarom structureel omhoog. Als we het energieprobleem van de wereld niet op een duurzame manier oplossen, kunnen we de oplossing van alle andere wereldproblemen wel schudden.

De nu bekende fysische, chemische en biologische ontdekkingen zijn voldoende. Met de hieruit ontwikkelde technologieën kan een vrijwel 100% duurzame mondiale energievoorziening worden opgebouwd. Sterker nog, al deze technologieën waren 20 jaar geleden ook al bekend, maar er is veel te weinig mee gedaan. Zo werd er bijvoorbeeld in de periode 1990 tot 2006 nergens ter wereld een CSP-centrale gebouwd. In talloze rapporten wordt gehamerd op de absolute noodzaak om de investeringen in de energiesector  met een factor 2 tot 3 op te voeren, en dan vooral de duurzame investeringen. Tot de dag van vandaag is er nauwelijks een regering op de wereld te vinden die deze rapporten serieus neemt.

Waarom is het nog steeds niet gelukt om de jaarlijkse mondiale CO2-uitstoot te stabiliseren en een aanzet te geven tot de noodzakelijke transitie naar een duurzame energievoorziening? Waarom hebben de machthebbers hier een blinde vlek, of nog erger, waarom bestaat er bij het overgrote deel van de huidige politieke leiders een wezenlijke onwil om de transitie naar duurzaamheid daadwerkelijk uit te gaan voeren? Waarom speelt duurzame ontwikkeling in de verkiezingsprogramma’s van de meeste partijen een ondergeschikte rol? Waarom wordt het gebrek aan duurzame ambitie bij deze partijen vrijwel nooit door de media aan de kaak gesteld?

Naar mijn mening is de onwil of de onmacht van de politiek om een groot probleem op te lossen alleen te verklaren uit de verblindheid die het gevolg is van een heersende ideologie. Hoe een ideologie in staat is om hele landen en wereldrijken te gronde te richten hebben we in het verleden gezien in nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Het is wrang te moeten constateren dat na het failliet van het communisme de wereld een andere ideologie heeft omarmd: het Neo-Liberalisme. Onder aanvoering van president Ronald Reagon en prime minister Margaret Thatcher (‘There is no such thing as society’) is het heersende kapitalistische stelsel, waarin vooral in West-Europa een goed evenwicht bestond tussen kapitaal, arbeid en maatschappij (het Rijnland-model), omgevormd tot een stelsel waarin uitsluitend het belang van de aandeelhouder telt. Tegelijkertijd werd het dogma gemeengoed dat in vrijwel alle sectoren van de maatschappij particuliere ondernemingen efficiënter zouden opereren dan de overheid. Met als prettig gevolg dat de belastingen flink omlaag zijn gegaan.

In de Neo-Liberale ideologie is rentabiliteit de enige maat der dingen. Iedere investering moet een terugverdientijd hebben, hoe korter hoe beter. De markt is zaligmakend, op de markt vindt de gezonde concurrentie plaats tussen alternatieven, en  wordt de consument optimaal bediend met een overdaad aan keuzemogelijkheden. De overheid is principieel niet in staat om technologische keuzes te maken, dat moet altijd aan de markt worden overgelaten. Uit de geschiedenis  kunnen we constateren dat in een vrije markt de voorziening van goederen en diensten voor bedrijven en consumenten in alle opzichten beter is dan in een communistisch systeem.

De zogenaamde  vrije markt heeft echter wezenlijke  tekortkomingen en gevaren, die alleen door een actieve overheid onder controle kunnen worden gehouden.
Ten eerste dreigt voortdurend monopolievorming door dominante bedrijven, met als gevolg toenemende faillissementen en werkloosheid, en uiteindelijk verarming van het aanbod en te hoge prijzen.  In de USA dreigt de middenklasse op grote schaal te verpauperen en lukt het de rijke bovenlaag steeds beter om politieke invloed te kopen.
Ten tweede zijn partijen die formeel gelijkwaardig zijn voor de wet dat in de praktijk niet meer. Recht is te koop, de best betaalde advocaat wint meestal. Lonen dalen en arbeidsvoorwaarden verschralen, sterker nog, steeds meer nieuwkomers zijn als ZZP-er  overgeleverd aan de grillen van de arbeidsmarkt, als een nieuw soort dagloner.
Ten derde zal een overheid voor wie de winstgevendheid van bedrijven de maat aller dingen is voortdurend in de verleiding komen om bedrijven, en dan vooral de grote bedrijven die zich gelikte lobbyisten kunnen veroorloven, voordeeltjes te gunnen die niet altijd in het algemeen belang zijn. Trouwens, wat is eigenlijk nog het algemeen belang? What is good for Ford is good for America.

Mijn grootste kritiek op de Neo-Liberale ideologie is dat het principieel onmogelijk is geworden om overheidsinvesteringen voor de iets verdere toekomst te doen. Deze investeringen zijn nl. niet rendabel. Juist in Nederland is de Neo-Liberale ideologie al zeker twee decennia dominant. Met als gevolg dat de meeste energiebedrijven zijn geprivatiseerd (d.w.z. nu in handen zijn van buitenlandse bedrijven, die deels n.b. staatsbedrijven zijn!), dat er een stevige achterstand is in het onderhoud van de zeedijken, dat de bestedingen in wetenschappelijk onderzoek en research en development onder het Europees gemiddelde zijn gedaald, dat de bijdrage van duurzame energiebronnen aan de energievoorziening minimaal is, dat er stevig wordt geïnvesteerd in verbreding van snelwegen waar veel files staan en in het klaarmaken van snelwegen om 130 km/uur te kunnen rijden. En dan praten we nog maar niet over de bezuinigingen die vooral de zg. niet-productieve sectoren als cultuur en natuur treffen en over de afschaffing van de ruimtelijke ordening.
Juist in Nederland stompt de Neo-Liberale ideologie de geesten af. Juist in Nederland worden de klimaatkwakzalvers in een veel te grote mate serieus genomen door politieke partijen en media.

Het is mij een raadsel hoe een sociaal-democratische partij als PvdA er in berust heeft dat de overheid zich zo sterk heeft teruggetrokken als nu is gebeurd. Dat deze partij de weg kwijt is blijkt o.a. uit het ontbreken van de wil en de kracht om de nieuwe kolencentrales tegen te houden.
Dat het CDA, met slechts 14% van de stemmen de helft van de ministers mag leveren is democratisch gezien een absurditeit. CDA-prominenten die een werkelijk hart voor duurzaamheid hebben werden uit het kabinet gehouden. Maxime Verhagen, de minister van Economische zaken, Landbouw & Innovatie heeft alle innovatiesubsidies afgeschaft. Enigszins verlaat, maar toch 1984: in het boek met deze titel was er een Ministerie van de Liefde. In dit ministerie werden de tegenstanders van Big Brother gemarteld.
Dat de VVD zonder veel ophef mee ging doen met de Neo-Liberale ideologie was te verwachten. Het is mij echter een raadsel wat mensen als Winsemius en Nypels nog in deze neo-conservatieve partij te zoeken hebben.

Terug naar het onderwerp: de noodzaak van grootschalige investeringen in duurzame energieopwekking. De heersende Neo-Liberale ideologie zal niet zo snel veranderen, dus we moeten ons behelpen. Er al teveel tijd verloren. De overheid zal niet meer op grote schaal gaan investeren, al was het alleen maar omdat anders de belastingen omhoog moeten, en dat is een Neo-Liberale doodzonde.

Duitsland heeft dit probleem al in 2000 opgelost, met de Erneuerbare Energien Gesetz. Dit is een zg. Feed-In wet. Er moet een Feed-In wet komen op Europees niveau, het enige niveau waarop een moderne energiepolitiek effectief kan zijn zolang er nog geen mondiaal machtsniveau bestaat. Een Europees energieagentschap (European Green Power Agency, EGPA) sluit 20-jarige stroomlevercontracten met energiemaatschappijen voor een vaste prijs per kilowattuur, bijvoorbeeld  met CSP-centrales in Marokko voor 14 cent/kWh, met windparken op de Noordzee voor 15 ct/kWh en met  biomassacentrales in Rusland voor 9 ct/kWh.
Deze groene stroom wordt op een veiling verkocht aan de netwerkbedrijven. Als EGPA aan het eind van het boekjaar geld tekort komt, dan moeten de netwerkbedrijven bijpassen naar evenredighed met de grijze stroom die ze verkocht hebben aan de consumenten. Maar ze mogen de eerder betaalde bedragen voor aangekochte groene stroom in mindering brengen. Het benodigde netwerk van Hoogspannings Gelijkstroomleidingen is (zo nodig) eigendom van en wordt beheerd door EGPA. Met het vaststellen van de tarieven kan EGPA in hoge mate invloed uitoefenen op de investeringsbeslissingen die door het bedrijfsleven worden gedaan.
De tarieven dienen zo hoog te zijn dat de terugverdientijd voldoet aan de eisen van de Neo-Liberale economie, met als gevolg dat er in een snel tempo windparken, zonnecentrales, geo-thermiecentrales, enz. worden gebouwd door de energiebedrijven. De tarieven mogen echter niet al te hoog zijn, want dat leidt tot ongerechtvaardigde winsten ten koste van de Europese stroomconsumenten. Aangezien alle technologieen geacht worden een leercurve te doorlopen, zullen tarieven voor nieuwe centrales waarvan de bouw in latere jaren begint lager zijn. Een windpark op de Noordzee waarvan de bouw pas in 2015 begint krijgt dan bv. een contract voor 13 ct/kWh voor 20 jaar. EGPA zal in hoge mate onafhankelijk opereren, net als de Europese Centrale Bank en vergelijkbare eisen aan het personeel moeten stellen wat betreft integriteit.
Verdere details heb ik beschreven in het rapport The European Renewable Power Plan, Proposal for a Set of European Directives for realizing more than 50%  renewable power on short term, including the DESERTEC concept, zie

Maar wat nu als het investeringstempo in Europa en de buurlanden, ondanks het oprichten van EGPA door de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement, structureel te langzaam blijft? Volgens de Roapmap for moving to a compatitive low-carbon economy in 2050  van de Europese Commissie moet het investeringstempo in Europa worden opgevoerd naar 270 miljard euro per jaar, 540 euro per persoon per jaar, of 1,5% van het gemiddelde BNP, zie http://ec.europa.eu/clima/policies/roadmap/index_en.htm
Linksom of rechtsom zal dit ten koste gaan van de particuliere consumptie van de Europeanen. Ik zie geen reden om aan te nemen dat de Europeanen opeens vanzelf zo spaarzaam worden dat dit enorme bedrag jaar in jaar uit gefourneerd gaat worden.  Hier gaat de vrije markt vermoedelijk falen.

En zo zijn weer terug bij af. Als er niets gebeurt op politiek gebied gaat de wereld het energieprobleem, en daarmee het klimaatprobleem, het waterprobleem en het voedselprobleem, en het bevolkingsprobleem niet oplossen op een acceptabele manier, nl. zonder bruut economisch en fysiek geweld.

Een belangrijk reden waarom de problemen niet echt worden aangepakt is gelegen in het feit dat de kosten voor rekening komen van eigen land, maar dat de baten beschikbaar komen aan de hele wereldbevolking. Er moet een wereldwijd verdrag komen om de uitstoot van CO2 en de andere broeikassen aan banden te leggen, maar ondanks grote conferenties waaraan de hele wereld meedeed (Bali 2007, Kopenhagen 2009, Durban 2011) zijn we niet verder gekomen dan een principe-akkoord om in 2015 een verdrag te sluiten dat in 2020 effectief zal worden. Het Kyotoverdrag, dat in 2012 moet worden vervangen is nu verlengd tot 2017, maar dit in feite weinig effectieve verdrag is nog krachtelozer geworden door het afhaken van landen als Rusland, Japan en Canada. In de media was minimale aandacht voor de klimaatconferentie in Durban, zeer veel minder dan twee jaar geleden voor Kopenhagen. De media lijken aan te voelen dat de wereld de strijd eigenlijk al heeft opgegeven. De wereld gaat het klimaatprobleem niet oplossen. Het politieke momentum is met de mislukking van Kopenhagen kennelijk verlopen.

Op een heel ander niveau, nl. Europa, wordt eveneens het falen duidelijk van de politici die nu op het kussen zitten. De landen die lid zijn van de muntunie vormen samen  de grootste of een na grootste economische macht ter wereld. De gemiddelde economie van Euroland functioneert beter dan die van de USA. Maar als een zwakke deelnemer als Griekenland betalingsmoeilijkheden heeft, dan blijkt er in Euroland geen sprake te zijn van de vanzelfsprekende solidariteit zoals die bestaat tussen Friesland en Limburg, Hamburg en Dresden, New-York en Texas, enz. De Europese leiders reageren te weinig en te laat, richten een te klein noodfonds op, en hebben de gotspe om China, met een zeer veel kleiner inkomen per hoofd van de bevolking, om een grote bijdrage te vragen voor dat noodfonds.

En zo dreigt het grootste politieke avontuur van de menselijke beschaving, de opbouw van een grootmacht op basis van vrijwilligheid in plaats van geslaagde veroveringen, te mislukken door politiek onvermogen en klein nationalistisch denken. Ja, er is een soortement van afspraak, doorgedrukt door Duitsland met zijn satellieten, waaronder Nederland.  Griekenland (en de andere lidstaten met een hoge nationale schuld) moeten draconisch bezuinigen, zo sterk dat van hun economie niets meer overblijft. Oud-Eurocommissaris en VVD-coryfee Frits Bolkenstein vraagt zich terecht af of je dit een land wel kunt aandoen. Het resultaat wordt waarschijnlijk een volksopstand in Athene met als resultaat dat Griekenland uit de euro stapt. En wellicht helemaal uit de Europese Unie. Het begin van het einde van de Europese Unie.

Weer ter zake. Je kunt best maatregelen bedenken, uit te voeren op nationaal niveau, om de investeringen in duurzame energieopwekking en energiebesparing flink op te voeren. Investeringen die gunstig zijn voor de nationale economie. Voor de werkgelegenheid en de bedrijvigheid maakt het immers weinig uit of consumenten speelgoed (consumptiegoederen) kopen en extra op vakantie gaan, of dat bedrijven installaties bouwen. Het paradigma is immers dat de economie moet groeien. De consumenten houden de hand op de knip omdat zij haarfijn aanvoelen dat er barre tijden aanbreken, en de economen schreeuwen ach en wee. De consumenten hebben dit keer gelijk, de economen niet.  Het produceren van extra speelgoed en het verstoken van extra vliegtuigkerosine  gaat ten koste van de grondstoffenvoorraad en de olievoorraad en tast het klimaat nog verder aan.

Maar waar moeten de mensen dan heen met hun besparingen? De aandelenbeurzen zullen nog lang in mineur blijven, en zelfs overheidsobligaties zijn niet meer veilig, met dank aan prutsers in Brussel.

De investeringen in duurzame energie moeten omhoog, in Europa met ruwweg 200, in Nederland met 7 miljard euro per jaar. Je zou kunnen bedenken om een wet te maken waardoor het mogelijk wordt om de aankoop van aandelen in ondernemingen die zich specialiseren in het bouwen en exploiteren van duurzame energie aftrekbaar te maken voor de inkomstenbelasting, alles met de nodige waarborgen omkleed. Vervreemding van de aandelen binnen 5 jaar wordt bv. bestraft met een naheffing.  Het effect zal vermoedelijk weldadig zijn. De talloze bedrijven en bedrijfjes die in de huidige crisis naar adem snakken, en door de banken worden afgeknepen, kunnen veel gemakkelijker een kapitaalinjectie krijgen. Het aanbod op de markt voor woningisolatie, zonneboilers en zonnepanelen, warmte/koude opslag, zero-energy woningen, enz. zal enorm stijgen en de prijzen zullen dalen. Nederlandse bedrijven zullen windturbines en zonnespiegels gaan bouwen en deel gaan nemen aan Desertec.  Wankelende bedrijven als Heliantos en Solland kunnen wellicht gered worden.

Er zit een adder onder het gras, u voelt het al aankomen. De overheid gaat inkomsten derven, misschien wel miljarden per jaar. Hoe lossen we dat op? Door het tarief in de hoogste schijf, nu 52, met enkele procenten op te voeren. Als u nu uit ideologische verblindheid weigert om verder te lezen dan wens ik u welterusten. Leg uw egoistische gedrag later maar uit aan uw kleinkinderen.

Wat ik voorstel is simpelweg: mensen met een belastbaar inkomen boven de 56000 euro  krijgen de keus: meer belasting betalen en dus minder consumeren, of meer investeren (en dan in groene bedrijven) en minder consumeren. In het laatste geval groeit hun vermogen en helpen zij de samenleving op de noodzakelijke transitie naar een duurzame  economie.

Mijn voorstellen zullen wel afketsen op de arrogante  Not-Invented-Here-mentaliteit van de Haagse ambtenaren, en de oer-Hollandse gewoonte om geprononceerde  standpunten al bij voorbaat af te zwakken. Een mentaliteit die ervoor zorgt dat de meeste verkiezingsprogramma’s zo slaapverwekkend zijn. Maar ik wil dit platform van 1100 lezers tenminste een keer gebruiken om in een consistent betoog oplossingen aan te reiken voordat het helemaal te laat is. Ik nodig u uit om

  • in discussie te gaan, iedere reactie met een structureel betoog dat aan de bekende eisen van wellevendheid op het internet voldoet zal ik plaatsen in het volgende CSP-bericht.
  • over dit onderwerp te praten en te schrijven  in uw eigen vriendenkringen en netwerken.

Het dagblad Trouw publiceert ieder jaar een lijst van de honderd meest duurzame Nederlanders, samengesteld door een deskundige jury.  Dit jaar werd de lijst aangevoerd door Marjan Minnesma, directeur van de Stichting Urgenda, voor haar geslaagde plan om collectief goedkope Chinese zonnepanelen in te voeren en op Nederlandse daken te installeren. Dergelijke initiatieven zijn uitstekend en verdienen navolging. Maar haar uitspraak dat de problemen door het bedrijfsleven kunnen worden opgelost en dat we de politiek eigenlijk niet nodig hebben is onjuist. Iedereen moet meedoen. De consumenten, met een groen aankoopbeleid, de bedrijven door zo duurzaam mogelijk te produceren, en de politiek door te investeren in een groene infrastructuur en optimale wetten te maken. En door met andere landen goede verdragen te sluiten.

Netzomin als we maatschappelijke groepen kunnen uitsluiten, kunnen we ons de luxe permitteren om belangrijke technologieën uit te sluiten. Iedere technologie moet worden beoordeeld op zijn effectiviteit en belasting van het milieu. Het meest effectief is energiebesparing en verhoging van het energierendement (tenminste als dat niet leidt tot meer gebruik, zoals de spaarlamp die niet meer wordt uitgeschakeld). Daarna komen vrijwel alle vormen van hernieuwbare energieopwekking (behalve sommige biobrandstoffen die een negatief CO2-besparingseffect hebben). Vooral CSP springt er gunstig uit wegens het geringe verbruik van schaarse grondstoffen en het vermogen om vraag-volgend elektriciteit te produceren. Pas hierna komt CCS (Carbon Capture & Storage, afvang en ondergrondse opslag van CO2 uit kolen- en gascentrales). Kerncentrales zijn alleen acceptabel als alle andere opties ontoereikend zijn, maar dat kan alleen beoordeeld worden als er overeenstemming is bereikt over  een mondiaal energie- en klimaatplan. Kolencentrales zijn uit den boze. Zij dragen rechtstreeks bij aan de rampen die Marc Lynas beschrijft in zijn huiveringwekkende boek Zes Graden.

Nogmaals naar de kern van de zaak, de noodzaak om op massale schaal te gaan investeren in een infrastructuur voor duurzame energie. Als dit niet gebeurt gaat de beschaving ten onder. Die investeringen moeten betaald worden, en altijd gaat dit ten koste van de koopkracht van de burgers. De duurzame investeringen hoeven  echter geen verarming te veroorzaken, de burgers kunnen aandeelhouder  van de groene bedrijven worden, zoals eerder is uitgelegd.
In Nederland worden de grote wereldproblemen volledig verzwegen tijdens verkiezingsdebatten, en dit is vooral de media aan te rekenen. In de laatste campagne kibbelden de lijsttrekkers over de uiterst belangrijke kwestie of maagzuurremmers wel of niet in het basispakket van de ziektekostenverzekering moeten vallen. Het resultaat was een kabinet waar niets van uitgaat, gedoogd door een partij van klimaatkwakzalvers. Als de politici volharden in hun houding dat het energie- en klimaatprobleem niet belangrijk genoeg is om aan de kiezers voor te leggen, dan zullen de noodzakelijke investeringen in onvoldoende mate totstandkomen. Met mede als gevolg dat op termijn Nederland door de stijgende zeespiegel verzwolgen zal worden.

Hoe werd in vroeger tijden gereageerd op existentiële bedreigingen? Juist in Nederland hebben we hiermee goede ervaringen opgedaan. Door gezamenlijk optreden en gezamenlijk dijken te bouwen. Dit gebeurde door monniken die hun beloning in de hemel kregen, maar ook door boeren en horigen, met een zekere mate van vrijheid en overleg. Niet op basis van botte slavernij zoals bij de bouw van de piramides. Het befaamde poldermodel: eerst overeenstemming bereiken in overleg, en daarna gezamenlijk het plan uitvoeren, is in ons land ontstaan. Maar helaas lijkt keer op keer dat het poldermodel op mondiale schaal nauwelijks blijkt te werken.

Veel bekender is het Pearl-Harbour model. Nadat Japan een deel van de Amerikaanse marine had vernietigd was de weg vrij om Azië te veroveren en samen met Duitsland de hele wereld onder de voet te lopen. De USA werd rechtstreeks bedreigd, en onder de bezielende leiding van president Roosevelt schakelden de autofabrieken in enkele maanden tijd over naar de productie van vliegtuigen en tanks. Het volk werd gemobiliseerd, belastingen gingen omhoog, en miljoenen Amerikaanse mannen werden de oorlog ingestuurd. Binnen 4 jaar waren Japan en Duitsland verpletterend verslagen .
In Engeland wist Winston Churchill eveneens het volk te succesvol te inspireren om stand te houden tegen de overmacht van Hitlers legers.

We kunnen hieruit de volgende lering trekken. Als de bedreiging evident is, en de regering met een overtuigend verhaal komt om het gevaar te keren, dan is het volk tot ontberingen bereid.

De mensheid (dus ook Nederland, ook Europa) wordt bedreigd. Is deze bedreiging evident voor het volk? Niet in voldoende mate, maar dat kan veranderen. Er is nu een bedreiging bijgekomen, de economische crisis. De bestaanszekerheid van grote delen van het volk staat op het spel. Met een ambitieus investeringsprogramma  in duurzame technologie kunnen twee vliegen in een klap worden geslagen.  Misschien is de tijd nu eindelijk rijp voor politieke leiders om met een inspirerend en consistent plan de grote problemen op te lossen. Het zal tijd worden.

Die leiding zou uit onverwachte hoek kunnen komen. In diverse crisisperioden van de Nederlandse geschiedenis  hebben de leden van de familie Oranje Nassau een doorslaggevende rol ten goede gespeeld. Willem van Oranje in de Tachtigjarige Oorlog, Stadhouder Willem III in het rampjaar 1672, Koningin Wilhelmina in de Tweede Wereldoorlog. Uit de kersttoespraak van Koningin Beatrix blijkt haar diepe bezorgdheid over de situatie. Prins Willem Alexander heeft in diverse toespraken het belang van CSP benadrukt. Ons koningshuis onderhoudt vriendschappelijke betrekkingen met veel andere gekroonde staatshoofden. Het is opvallend dat veel van hen regeren over zonovergoten landen, de energieleveranciers van de toekomst: Spanje, Marokko, Jordanië, Oman. Ik denk dat de leden van het koningshuis ondanks de beperkingen van het constitutionele koningschap een grote invloed kunnen uitoefenen in de goede richting.

Maar de werkelijke impuls zal moeten komen van een of meerdere partijleiders met een duidelijk, ambitieus, duurzaam partijprogramma. Een plan waarin de hoofdpunten van het partij-overstijgende programma Nederland Krijgt Nieuwe Energie voorkomen, aangevuld met ideeën uit dit betoog. De kiezers kunnen dan kiezen: voor een acceptabele, dus duurzame  toekomst, of voor potverteren in het heden onder het motto: Na ons de zondvloed.  Alleen echte leiders, die overtuigd zijn van hun missie en die bezieling uitstralen, zijn hiertoe in staat. Ik wacht hier al jaren op.

Intussen verstrijkt de tijd, raakt de olie op en neemt het CO2-gehalte in de atmosfeer steeds verder toe. Het jaar 2011 heeft geen wezenlijke wending ten goede gebracht en is dus het zoveelste verloren jaar gebleken.

 

Geef een antwoord